NIEUW-LEKKERLAND – Oud-penningmeester Hans van dierenasiel De Kattenmand in Nieuw-Lekkerland is woensdag 16 september 2020 door de Rotterdamse rechtbank veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar voor verduistering van ruim 37 duizend euro bij De Kattenmand en het in bezit hebben van wapens. Het bewezen verklaarde verduisterde bedrag is bijna 50.000 euro minder, dan waar justitie in eerste instantie vanuit ging. Verder heeft de rechtbank bepaald dat De Kattenmand 37.384,06 euro schadevergoeding krijgt.

 

De verdachte heeft zich volgens de rechtbank schuldig gemaakt aan verduistering. De rechtbank “Hij was in de bewezenverklaarde periode bestuurder/penningmeester van dierenasiel Stichting De Kattenmand. De inkomsten van de Stichting waren afhankelijk van subsidies en giften van donateurs. De verdachte was in zijn functie degene die gerechtigd was om ten behoeve van het draaiend houden van het asiel betalingen en opnamen te doen vanaf de bankrekening van de Stichting. Hij liet daarbij niemand anders toe tot de boekhouding. Gedurende een periode van enkele jaren heeft hij het in hem gestelde vertrouwen op grove wijze geschonden door stelselmatig geld van de rekening van de Stichting aan te wenden voor persoonlijke doeleinden, onder meer voor de aankoop van abonnementen, verbouwingen en verzekeringen. Het totale verduisterde bedrag beloopt ruim € 37.000,00. De rechtbank acht het zeer kwalijk dat de verdachte gemeenschapsgeld en geld van donateurs heeft aangewend om in zijn persoonlijke uitgaven te voorzien. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van meerdere (vuur)wapens, waaronder een gasdrukwapen, alarmrevolver, pepperspray en (bijbehorende) munitie. De wapens lagen op verschillende plekken in de woning van de verdachte. Het ongecontroteerde bezit van (vuur)wapens vormt een groot gevaar voor de samenleving en houdt daardoor een onaanvaardbaar risico in voor de veiligheid van personen.”

De rechtbank vervolgt: “Als risicofactoren worden aangemerkt dat de verdachte impulsieve beslissingen neemt en grote uitgaven en giften doet. Dit maakt dat hij op financieel gebied soms niet kan voorzien in zijn eerste levensbehoeften. Dit leidt tot depressieve gevoelens en manipulatief gedrag om zijn financiële problemen op te lossen en rond te kunnen komen. De verdachte lijkt daar geen gewetensnood of wroeging over te ervaren. 1-let vermoeden is gerezen dat hij een bipolaire stoornis heeft, dit kan het impulsieve gedrag verklaren. Gedurende zijn schorsingstoezicht heeft hij niet meegewerkt aan zijn behandeling. Het opgelegde contactverbod met de andere bestuurders van de Stichting heeft hij niet overtreden. Het risico op recidive wordt geschat ôp gemiddeld en het risico op onttrekken aan de voorwaarden wordt ingeschat als hoog. De reclassering adviseert om bij een veroordeling bijzondere voorwaarden op te leggen, te weten een meldplicht, een ambulante behandelverplichting, een contactverbod met de bestuurders en vrijwilligers van de Stichting en de verplichting om mee te werken aan het op orde krijgen van zijn financiën.”

Verder vindt de rechtbank een ‘forse taakstraf’ passend. “Bij de duur van de taakstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank kan zich daarbij vinden in de eis van de officier van justitie. Hoewel er normaal gesproken een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd voor (vuur)wapenbezit, ziet de rechtbank in de specifieke omstandigheden van deze zaak aanleiding om daarvan af te zien. De verdachte heeft verklaard dat hij de wapens 27 jaar geleden van zijn (inmiddels overleden) vader heeft gekregen. De vader van de verdachte heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog in een Japansconcentratiekamp gezeten en heeft zich daarna nooit meer veilig gevoeld, aldus de verdachte. Dat is volgens de verdachte de reden geweest dat zijn vader de wapens heeft gekocht. De verdachte heeft de wapens opgeborgen en er daarna niet meer aan gedacht. De rechtbank heeft geen aanleiding te twijfelen aan de oprechtheid van deze verklaring van de verdachte en acht het niet aannemelijk dat hij de wapens in bezit had om deze daadwerkelijk te gebruiken. Gelet op de wijze waarop de wapens zijn aangetroffen en gezien de omstandigheid dat het erfstukken van de vader van de verdachte betreft, ziet de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat de verdachte deze wapens met slechte intenties in bezit had. Dat laat uiteraard onverlet dat wapenbezit een zeer ernstig strafbaar feit is. De rechtbank zal daarom wel een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank acht het niet noodzakelijk om hierbij bijzondere voorwaarden op te leggen. Dit betreft ook een contactverbod met bestuurders en vrijwilligers van Stichting De Kattenmand, omdat is gebleken dat de verdachte sinds zijn aanhouding geen contact met hen heeft gehad en daar zelf ook volledig achter staat.”

De Kattenmand had een vergoeding van € 65.007,00 aan materiële schade gevorderd, bestaande uit van de Stichting onttrokken gelden, en een vergoeding van € 31 .750,54 aan proceskosten / advocaatkosten. Die ruim 31.000 euro moet De Kattenmand echter uit eigen zak betalen. De rechtbank motiveerde: “Die procedures hadden onder meer betrekking op het verstrekken van stukken en het ontslag van de verdachte als bestuurder. Deze kosten staan dus niet in rechtstreeks verband met het bewezenverklaarde strafbare feit, zodat de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard.”

De volledige uitspraak van de rechtbank, inclusief alle afwegingen die zijn gemaakt, is hier te downloaden.

Het verslag van de rechtszitting van twee weken geleden is hier te lezen.