ALBLASSERDAM – Een 24-jarige man uit Alblasserdam heeft volgens de rechtbank opzettelijk geprobeerd een drugsdealer uit Oosterhout  dood te schieten in een berging van een flat in Breda. Daarbij raakte niet alleen de drugsdealer gewond, maar ook de medeverdachte, waarmee de man op pad was. De Alblasserdammer deed dit tijdens zijn voorwaardelijke vrijlating èn met de enkelband nog om zijn been. De twintiger is namelijk in 2014 en 2016 ook al veroordeeld voor pogingen tot doodslag. In 2016 werd de man veroordeeld tot vijf jaar cel. In de praktijk houdt dit in dat de verdachte na tweederde van die vijf jaar straf, onder voorwaarden naar huis mag. Tijdens deze voorwaardelijke vrijlating ging het opnieuw mis en werd er met een semiautomatisch  vuurwapen geschoten op een 25-jarige drugsdealer en op een medeverachte.

De Alblasserdammer werd kort na de schietpartij door een arrestatieteam aangehouden in Alblasserdam.

“Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. Bij een drugsdeal heeft hij in een kleine ruimte diverse malen geschoten met een semi-automatisch vuurwapen waarbij twee personen ernstig gewond zijn geraakt. Er mag van geluk worden gesproken dat het bij een poging is gebleven want gezien het toegepaste geweld had het ook zomaar anders af kunnen lopen,” zo stelt de rechtbank.

Kennelijk niets geleerd
De rechtbank vervolgt: “Doodslag wordt in ons strafrechtstelsel beschouwd als een van de ernstigste misdrijven. Verdachte heeft geen enkel respect voor andermans leven getoond. Het is ook niet de eerste keer dat verdachte wordt veroordeeld voor een poging tot doodslag. In 2014 en in 2016 is verdachte hiervoor ook al veroordeeld. In 2016 heeft dat nog geleid tot een gevangenisstraf van 5 jaar. Kennelijk heeft verdachte daar niets van geleerd. Tijdens zijn voorwaardelijke invrijheidstelling en met een enkelband om heeft hij zich gewoon weer op het criminele pad begeven door een mogelijke drugsdeal te gaan sluiten en vervolgens meerdere schoten te lossen. Vuurwapengebruik wordt door verdachte niet geschuwd. De rechtbank acht dit bijzonder zorgwekkend. De rechtbank staat hierin niet alleen. Ook de reclassering heeft aangegeven dat de situatie rond verdachte uiterst zorgwekkend is. Daarbij is aangegeven dat verdachte niets geleerd lijkt te hebben van eerdere veroordelingen en dat hij volhardt in het vertonen van gewelddadig gedrag. De zorgen van de reclassering zijn dermate groot dat zij vrezen dat, als er geen halt toe wordt geroepen aan het gedrag van verdachte, hij een keer een levensdelict zal plegen.”

Hogere eis
Het Openbaar Ministerie (OM) had negen jaar cel tegen de Alblasserdammer geëist. Het OM ging er daarbij vanuit dat het om een ripdeal van wiet ging. Daar is volgens de rechtbank onvoldoende bewijs voor. “Gelet op deze omstandigheden en alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren noodzakelijk is. De rechtbank ziet met name in de persoon van verdachte geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. Zij heeft daarbij ook meegenomen dat verdachte zich tijdens een incidenteel verlof gedurende zijn voorlopige hechtenis ook nog heeft onttrokken aan zijn detentie. Hij is niet teruggekeerd naar de inrichting en is door de politie uiteindelijk weer opgepakt. Gelet op het hoge recidivegevaar dient de maatschappij beschermd te worden door verdachte een langdurige gevangenisstraf op te leggen. Deze straf valt lager uit dan gevorderd door de officier van justitie maar bij het formuleren van haar eis is de officier van justitie tevens uitgegaan van een bewezenverklaring van de diefstal van een kilo hennep, terwijl de rechtbank verdachte daarvan vrijspreekt.”

609 dagen extra cel
Verder eiste het Openbaar Ministerie dat de Alblasserdammer de 609 dagen die hij eerder vrijkwam, nadat hij tweederde van zijn vorige straf had uitgezeten, alsnog moet gaan zitten. De rechtbank ging daarin mee en legde de verdachte 609 dagen celstraf extra op. Die celstraf komt dus nog bovenop de zes jaar cel die de man nu heeft gekregen voor de poging tot doodslag in Breda.

Noodweer
Door de advocaat van de man werd een beroep gedaan op noodweer, dan wel noodweer exces omdat verdachte in een noodweersituatie verkeerd zou hebben, doordat de drugsdealer op hem ingestoken zou hebben en een vuurwapen getrokken zou hebben. De rechtbank vindt dit niet aannemelijk. De medeverdachte, een 27-jarige Dordtenaar, is vrijgesproken.

Wat gebeurde er…
Op 24 november 2018 omstreeks 19.30 uur is een 112-melding binnengekomen van een schietincident in Breda. Daarbij is door meldster aangegeven dat zij thuis zat en een hoop kabaal hoorde, zij hoorde hard gegil en geroep. Zij keek naar de overkant naar de flat waar zij twee mannen over het hek van de flat zag klimmen en het zag eruit alsof één van hen een wapen in zijn hand had. De mannen kwamen uit het gangetje bij de flat.

Peugeot
Korte tijd later arriveerde de politie. Eén van de aanwezige agenten zag achter een gesloten hek een man op de grond liggen. Naast de man zat een vrouw die riep dat de man was neergeschoten. De vrouw opende het hek voor de politie. De vrouw vertelde dat de man geraakt was in zijn been, buik en arm. De man verklaarde dat er een groene Peugeot 106 bij betrokken was. Korte tijd later is het slachtoffer door ambulancemedewerkers gestabiliseerd en overgebracht naar het ziekenhuis in Breda. De groene Peugeot 106 werd later aangetroffen in de Vroegestraat in Alblasserdam.

Schoten
De (toenmalige) partner van verdachte is de ambulance gevolgd naar het ziekenhuis waar zij heeft verklaard dat zij boven in haar woning was toen zij een schot hoorde. Zij hoorde in ieder geval 3 schoten met steeds een korte pauze ertussen. Omstreeks dezelfde tijd zag een beveiliger dat een man strompelend uit een voertuig kwam. Het betrof een klein model personenauto, groen van kleur. De man werd naar binnen geholpen. Van de verpleging kreeg de politie door dat de man die op eigen gelegenheid naar het ziekenhuis was gekomen de medeverdachte betrof en de man die met de ambulance naar het ziekenhuis was vervoerd de dealer betrof.

Verwondingen
Beide gewonden werden geopereerd in het ziekenhuis. Bij de drugsdealer werden bij het onderzoek van de rechterarm, ter hoogte van de elleboog, drie verwondingen gevonden passend bij een doorschotverwonding en een inschotverwonding. Aan het linkerbeen werden vier verwondingen gevonden passend bij twee doorschotverwondingen, één door het bovenbeen en één door het onderbeen. Aan de rechterzijde van de buik ter hoogte van de bekkenkam werd een inschotverwonding gezien. De kogelbaan liep in de richting van het linker bovenbeen. De kogel heeft multipele perforaties van de dikke en de dunne darm veroorzaakt. Een deel van de dunne darm ter grootte van 60cm moest verwijderd worden. Ook bij de medeverdachte werden forse schotwonden geconstateerd onder andere aan zijn been en in zijn buik.

Zes hulzen
Ter plaatse in Breda en in de schuur/berging is forensisch onderzoek verricht. In de berging werden vijf hulzen aangetroffen en in de brandgang werd ook nog een huls aangetroffen. Aan de binnenzijde van de houten deur van de berging werden drie beschadigingen aangetroffen welke zeer waarschijnlijk zijn veroorzaakt door kogelpunten. Bij forensisch onderzoek is geconcludeerd dat, gezien de aanwezigheid van hulzen, kogelpunten en een gewond slachtoffer gesteld kan worden dat er op de plaats delict is geschoten. Gezien de aanwezigheid van zes hulzen wordt gesteld dat er minimaal zes keer is geschoten. Gezien de aanwezigheid van vijf hulzen in de berging zijn de meeste schoten gelost in de berging.

Wisselende verklaringen
Uit het dossier volgt dat bij de schietpartij in ieder geval drie personen aanwezig zijn geweest, te weten de drugsdealer, de Alblasserdammer en de medeverdachte. Tevens kan op basis van bovenstaande worden vastgesteld dat zowel de dealer als de medeverdachte tijdens de schietpartij in de berging gewond zijn geraakt. Zij zijn allen door de politie diverse malen gehoord. Uit die verklaringen blijkt dat sprake is van wisselende lezingen van hetgeen is voorgevallen op de bewuste avond. Ook hebben de beide verdachten en aangever wisselend en niet altijd even consistent verklaard. Dit brengt met zich mee dat de rechtbank die verklaringen met uiterste zorgvuldigheid beoordeelt en met grote terughoudendheid bezigt voor het bewijs.

Wie nam wapen mee?
De rechtbank heeft op basis van het dossier niet kunnen vaststellen wie van de aanwezigen het wapen waarmee geschoten is heeft meegenomen naar de schuur/berging. Het wapen is ook niet teruggevonden. Weliswaar heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen dat het verdachte is geweest die het wapen heeft meegenomen naar de schuur, wel kan vastgesteld worden dat het de Alblasserdammer is geweest die het wapen bij zich droeg toen hij ter plaatse is vertrokken. Zowel tijdens de 112-melding als bij de politie heeft een getuige aangegeven dat zij twee mannen over het hek zag klimmen en dat één van de mannen naar haar idee een pistool in zijn handen had. Beide mannen klommen naast elkaar op het hek. De man met het vuurwapen in zijn hand had een licht getinte huid en had kort en kroezig haar. Het haar was zwart van kleur. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de 112-melding en de verklaring van getuige op dit punt betrouwbaar zijn te achten. De rechtbank heeft ter zitting waargenomen dat verdachte qua haardracht voldoet aan het door getuige opgegeven signalement. Daar komt bij dat, op het moment dat de getuige de 112 melding doet, zij in het geheel niet spreekt over schoten maar wel spreekt over een mogelijk wapen. Zij zegt alleen dat ze een hoop kabaal hoorde. Het is dus niet zo dat zij, op het moment dat zij de verdachten zag, al het vermoeden had van een schietpartij en een mogelijk wapen. Het is bovendien aannemelijk dat verdachte over het hek is geklommen om weg te komen aangezien het hek afgesloten was en uit de foto van het hek blijkt dat de verklaring van verdachte dat hij er onderdoor is gekropen niet kan kloppen.

Poging tot doodslag
De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen verklaard kan worden dat het verdachte is geweest die opzettelijk geprobeerd heeft de drugsdealer te doden door diverse malen in een zeer kleine ruimte op hem te schieten. Door onder dergelijke omstandigheden meerdere malen op iemand te schieten is naar het oordeel van de rechtbank wel degelijk sprake van opzet op het toebrengen van verwondingen die hadden kunnen leiden tot de dood. Daarmee is er volgens de rechtbank sprake van poging tot doodslag.