ALBLASSERDAM – Richard Veen uit Alblasserdam is afgelopen zaterdag, 19 september 2020, op 48-jarige leeftijd overleden. Richard was voor veel mensen in het dorp een bekende Alblasserdammer. Via sociale media hebben inmiddels honderden mensen hun medeleven betoond aan de nabestaanden van Richard. De Damdorper presenteerde radioprogramma’s en was elf jaar actief als vrijwilliger bij Jeugdland. Verder was hij bekend vanwege zijn bijzondere hobby: op de foto gaan met bekende Nederlanders. Vele tientallen foto’s wist hij te ‘scoren’. Het meest trots was hij op de selfie die hij wist te maken met koningin Maxima. Burgemeester Jaap Paans schrijft: “Alblasserdam verliest een bijzonder warm en betrokken mens. Naasten blijven achter in grote leegte met dierbare herinneringen. Rust zacht Richard.

Richard Veen kreeg acht weken geleden te horen dat hij slokdarmkanker had in een vergevorderd stadium, met uitzaaiingen door het hele lichaam. Het ging in korte tijd steeds slechter met hem. Afgelopen zaterdag is hij overleden.

Er is gelegenheid om afscheid van Richard te nemen en te condoleren. Dit kan op donderdag 24 september tussen 19.00 en 20.00 uur in de Havenkerk aan de Ieplaan in Alblasserdam.

De uitvaart, het ‘gedenken van Richards leven’, vindt vrijdag in besloten kring plaats. Wel kan er via een livestream meegekeken worden. (zie verdere gegevens op de foto onderaan het bericht).

Vader Goris Veen, de zonen Edgar Veen en Richard Veen en kleindochter Melody bij de opening in 2013.

Met Mark Rutte in 2010.

 

Edgar, de broer van Richard schreef afgelopen dagen onderstaande ‘open brief’ over het overlijden van zijn broer.

Het is zondagochtend kwart over vijf terwijl ik dit type. Vierentwintig uur geleden was je nog in leven.
Vierentwintig uur geleden waren we ook wakker. Niet wetende dat jouw laatste uren begonnen waren. We waren onrustig, we waren verdrietig en konden niet slapen. Vrijdagavond waren je vrouw en ik nog bij je op bezoek geweest. We hadden nog wat kleren meegenomen omdat je nog enkele nachten in het ziekenhuis door moest brengen. We moesten allemaal bijkomen van het gesprek wat we eerder die dag hebben gehad met de artsen.
Het gesprek wat voor jou insloeg als een bom. ‘Beste Richard, we hebben alles wat we kunnen doen overwogen, maar we kunnen niets meer voor je betekenen. Dit houdt in dat je binnen zeer korte tijd komt te overlijden’. Dat was de strekking van de boodschap die je te horen kreeg.
Het heeft iets meer dan acht weken mogen duren vanaf het moment dat je te horen hebt gekregen dat je slokdarmkanker had in vergevorderd stadium, uitgezaaid door je hele lijf. De vraag was wat je wilde. Je wilde nog naar huis. Dan gaan we daarvoor zorgen was het antwoord.
Acht weken geleden, het lijkt zo kort en toch zo ongelooflijk lang. In acht weken tijd heb jij afscheid moeten nemen van dit aardse bestaan. In acht weken tijd kwam een einde aan de achtenveertig jaar die jij bij ons mocht zijn.
Toen jij het nieuws te horen kreeg van de verschrikkelijke ziekte was al direct duidelijk dat het ongeneeslijk was. Het enige waar de artsen voor konden gaan was voor de ‘kwaliteit van leven’ door middel van chemotherapie. Of jij er voor wilde gaan. Ja, gaf je aan. Je wilde vechten en elke strohalm die er was wilde je pakken. Je hebt alleen geen eerlijke kans gehad.
Nog geen drie dagen nadat de eerste chemotherapie was gestart ging het al mis. Je kreeg complicaties. Niet wetende hoe ernstig het was kreeg je een bloeding. Misschien tegen beter weten in gaf je de schuld aan de chemo en was het gewoon een bijwerking. Door dapper en tijdig ingrijpen van je vrouw ben je toen nog aan de dood kunnen ontsnappen. Je bent door de vasthoudendheid van je vrouw uiteindelijk opgehaald door een ambulance. Pas in het ziekenhuis realiseerde men hoe dicht je langs het randje moet hebben gebalanceerd. De extreem lage waardes die je had waren simpelweg niet mogelijk. In het ziekenhuis hadden ze dit nog nooit meegemaakt. Jij moest wel een ongelooflijk sterk hart hebben. En naast dat deze sterk was, was hij ook heel groot. Maar daarover later meer.
Toen ik je later in het ziekenhuis bezocht, waar ze je probeerde te stabiliseren, zag ik dat ik al een deel van mijn broer kwijt was geraakt. De glasachtige blik in je ogen. Je keek dwars door alles en iedereen heen.Je gaf precies de antwoorden die je moest geven, maar er zat geen betekenis achter. Ze hebben je wel tien zakken bloed gegeven om je stabiel te krijgen. Ze wilden nog een poging doen om je nog langer bij ons te houden. Ze hadden nog één optie. En dat was een bestraling van je slokdarm om de kans op nieuwe bloedingen tegen te gaan. Maar hiervoor moest je stabiel zijn en het nog twee weken volhouden. Nou, dan deed je dat maar.
Je krabbelde met elk zakje bloed stukje bij beetje op en telkens ging er weer een dag af van de twee weken. Een dag voor dat de bestralingen zouden beginnen mocht je naar huis. Je was voldoende aangesterkt en de bestralingen zouden de volgende dag gaan beginnen. Je hoefde niet meer alleen in het ziekenhuis te liggen, wat je verschrikkelijk vond, maar wat niet anders kon. Voor nu hoefde je alleen nog maar kort naar het ziekenhuis. 5 dagen achtereen een kwartier, twintig minuten bestraling en weer naar huis.
‘Ging het goed?’ vroeg iedereen aan je. ‘Ja hoor’, was steevast je antwoord. Je had geen last van bijwerkingen. En je was thuis. Althans fysiek. In je hoofd en je gedachte was je ver weg. Je wilde het niet over je ziekte hebben. Je kon het er niet over hebben. Je wilde niemand tot last zijn. Je vroeg je continu in jezelf af Waarom? Waarom overkomt mij dit nou? Je was voor je gevoel nog niet klaar hier. Je ziel besloot anders.
Steeds meer mensen waren op de hoogte van je ziek zijn. Elke dag kwamen er kaarten binnen, tientallen misschien wel honderden. Je zag ze, je bekeek ze. Ergens heel ver weg deed het je vast wel goed. Maar niets kon voor jou het onvoorstelbare wegnemen. Jij was zo ontzettend ziek. Je kon het niet bevatten. Waarom? Hoe dan? Nooit gerookt! Hooguit één biertje per jaar. Waarom overkomt mij dit nou? vroeg je je af.
De hele dag door appjes op je telefoon met vragen hoe het met je was. De afzender zag twee blauwe vinkjes, je had het gelezen. Een antwoord kregen ze niet. Mensen belde naar je, de telefoon ging over. Waarschijnlijk keek je ernaar en kon je het niet opbrengen om hem op te pakken. Dan zouden er vragen komen over hoe het met je ging en hoe je je voelde. Vragen die je niet kon en ook niet wilde beantwoorden. Misschien zou het dan toch echt zijn, zou het geen hele grote lange nachtmerrie zijn. Ik weet het niet, maar ik kan het me zo goed voorstellen.
Na de bestraling hebben we jouw “beste” weken gehad. Even geen ziekenhuis bezoeken en gewoon thuis. In het geheim hebben we een feest voor je georganiseerd. Een Hollandse avond. Jouw leven, jouw passie, jouw hobby. Bijna alles draaide hierom. Het Nederlandse lied, het promoten van artiesten, het aan de telefoon of in de studio interviewen van hen. Hun liedjes ten gehore brengen. Ooit zou jij zelf een Hollandse avond organiseren. Met optredens van artiesten voor een groot publiek. We hadden de plannen voor dit jaar, met potlood stond een datum. Woensdag zesentwintig augustus. Corona, maar bovenal door jouw ziek zijn zette een dikke streep door deze datum.
Ik kon dit niet voorbij laten gaan. Jij kreeg je Hollandse avond. Ik ben gaan mailen met je contactpersonen, ik had je telefoon gehacked en ben gaan bellen. Het voordeel van al jouw opgedane contacten in al die jaren was dat jij ook gewoon de telefoonnummers van de artiesten in je telefoon had staan. Vaak had ik aan een half woord genoeg, ik legde kort de situatie uit hoe ernstig het met jou gesteld was en voordat ik de vraag had gesteld was het antwoord. Ik zorg dat ik er bij ben, ik lever een bijdrage, ik stuur een videoboodschap op, etc.
Uit al deze reacties is gebleken hoeveel ze jou waardeerden als promotor van hun muziek, maar bovenal als mens. De lieve woorden die ze naar je uitgesproken hebben, de waardering, het besef wat jij voor hen hebt betekend in al die jaren. Onbaatzuchtig en zonder dubbele agenda. Je was er om hen in de schijnwerpers te zetten. En uiteraard, stiekem vond je het wel fijn als er ook een beetje licht op jouw scheen.
Deze Hollandse avond was helemaal speciaal voor jou. Vanwege de corona konden we maximaal maar vijftig man uitnodigen. Maar anders hadden we met gemak de zaal wel tien keer kunnen vullen. De artiesten hebben voor jou gezongen, de artiesten hebben voor jou de videoboodschappen ingesproken, we hebben naar vele tientallen foto’s gekeken waarop jij stond afgebeeld met een bekende nederlander. En nog vele tientallen hebben we niet gezien. We hebben genoten van de tv uitzendingen, want ja, met deze bijzondere hobby kwam je met regelmaat in de (landelijke) kranten, radio en diverse malen op TV. Wat vond je dat mooi en prachtig als dat gebeurde.
Wij kregen op deze avond het grootste geschenk. De grijze waas in je ogen verdween naar de achtergrond, een lichte twinkeling kwam weer terug en zo nu en dan verscheen er een lach op je gezicht. Je hebt hier nog een paar dagen van na kunnen genieten. Je was wat levendiger, je was wat spraakzamer, het had je goed gedaan. Toch was het niet voldoende. Niets op deze wereld kon jou meer beter maken.
De laatste weken ging je elke dag met kleine stapjes achteruit. We zagen het allemaal. Maar iedereen die aan je vroeg hoe het ging kreeg het antwoord.
Goed of wel goed.
Slaap je goed? Ja hoor.
Lukt het een beetje met eten? Ja hoor.
Maar het ging verre van goed. De kilo’s vlogen er vanaf. Je sliep niet of nauwelijks, je liep ‘s nachts te dwalen, je was onrustig. Misschien wel doodsbang. Jij zat in je hoofd, je kon er niet over praten. We hebben het geprobeerd, maar de muur werd opgetrokken. Zelfbescherming.
Fysieke pijn had je niet. Godzijdank. Verbazingwekkend was dit. De smerige kanker zo actief door je hele lijf en je voelde hier niets van. Dit maakte het misschien ook voor jou nog steeds zo onwerkelijk.
Vijf dagen geleden heb ik je weggebracht naar de spoedeisende hulp. Het was weer mis. Een nieuwe bloeding. Jij mocht alleen met je vrouw naar binnen, een paar uur later was je weer opgenomen en lag je weer op dezelfde afdeling als een paar weken er voor. Je wilde niet naar het ziekenhuis, maar je wist dat het niet anders kon. Twee dagen later hadden we het gesprek met de artsen. Het gesprek wat voor jou insloeg als een bom.
‘Beste Richard, we hebben alles wat we kunnen doen overwogen, maar we kunnen niets meer voor je betekenen. Dit houdt in dat je binnen zeer korte tijd komt te overlijden’. Dat was de strekking van de boodschap die je te horen kreeg.
‘s Avonds zijn we nog bij je geweest. Je was helder en voor jouw huidige doen spraakzaam. Ik zal de woorden nooit vergeten.
‘Nou, ik mag niet oud worden’
Het was definitief. Je had de woorden uitgesproken. Het was nu echt tot je doorgedrongen. Je hart en je hoofd kwamen samen. Het was klaar, deze oneerlijke strijd kon je niet winnen. Jij met je ongelooflijke grote hart, die nog nooit iemand kwaad had gedaan, besefte dat het einde nu snel dichterbij kwam. We hadden afgesproken dat ik de volgende dag terug zou komen. We zouden gaan praten over bepaalde zaken die geregeld moesten worden. Dat had de dokter tenslotte geadviseerd. En dat zou je dus doen.
Het is nu iets rond kwart voor zeven in de ochtend dat ik dit schrijf. Zo rond de vierentwintig uur nadat je bent overleden. Bij de laatste controle lag je rustig te slapen. Bij de eerstvolgende ronde hebben ze je gevonden. Je had geen geluidje gemaakt, het alarm knopje niet ingedrukt. Je lichaam vond het genoeg. Het ontiegelijke grote hart had voor de laatste keer geslagen. Jouw aardse bestaan is hiermee ten einde gekomen. Het was genoeg voor jou Je wilde langer leed voor je vrouw en dierbaren voorkomen. Je hebt tot het eind geen pijn gehad. Je hebt het niet gemerkt, je bent er stilletjes op de achtergrond tussenuit geknepen.
Het is nu zondagochtend zeven uur, vierentwintig uur geleden belde het ziekenhuis ons en hoorde we van je overlijden. Jij wilde nog naar huis. Die wens gaan we uiteraard vervullen. Over een paar uurtjes kom je naar huis en ben je nog even bij ons. Voor ons staat de tijd stil, familie en vrienden willen we zoveel als mogelijk persoonlijk informeren. Al die mensen die in de afgelopen week een kaartje of een appje hebben gestuurd. Deze kans om iedereen persoonlijk te informeren wordt ons helaas ontnomen. Iemand op Facebook deelt zaterdagavond een bericht over jou overlijden. Vanaf daar gaat het snel. Ik wind me erover op. Ik snap een ieder zijn verdriet, maar kan men nu niet nog een dag wachten. Later denk ik dat het wel bij je past. Zo gaat het tenslotte met bekende mensen met zoveel vrienden en zo’n groot netwerk.
Laat het maar zijn, laat iedereen het maar horen, laat iedereen het maar weten. Laat iedereen zijn zegje doen. Hun verdriet of waardering voor je uitspreken. Je hebt het verdiend en het is meer dan terecht. Dit keer sta jij in de schijnwerpers en verdien je alle aandacht die jij nu krijgt.
Jij hebt aan de wereld gegeven wat je geven kon. En de wereld moet nu zonder jou verder. Wij moeten zonder jou verder. Bedankt voor wie je was, nee voor wie je bent. Je bent en blijft mijn broer. Ik, wij, zijn ontzettend trots op wat je hebt gedaan en hoe je in het leven stond.
Rust zacht…