ALBLASSERDAM – Een 19-jarige man uit Alblasserdam is deze week door de Rotterdamse politierechter veroordeeld voor het mishandelen en afpersen van een jongen uit Alblasserdam. De tiener, die al diverse keren is veroordeeld voor onder meer mishandeling, diefstal en openlijk geweld, kreeg een celstraf van zes weken opgelegd, waarvan vier weken voorwaardelijk. Dat betekent dat hij twee weken de cel in moet. Als de jongeman niet meewerkt aan de bijzondere voorwaarden die zijn opgelegd, moet hij de overige vier weken ook naar de gevangenis.

Op 23 maart 2018 werd in de omgeving van de Maasstraat in Alblasserdam een jongen uit Alblasserdam flink toegetakeld. Hij kreeg een flink aantal stompen in zijn gezicht. Toen de jongen huilend op de grond lag, werden zijn telefoon, ID-kaart, zorgpas en bankpas uit zijn jaszak gehaald en meegenomen.

Ik geloof u niet
In eerste instantie bekende de 19-jarige verdachte grotendeels bij de politie. Hij vertelde daar dat hij het slachtoffer een klap had gegeven omdat hij nog geld kreeg voor wiet. In de rechtbank ontkende de man echter alle betrokkenheid. “Ik had dat verklaard, zodat ik eerder weg mocht. Anders moest ik weer naar de cel,” vertelde de man tegenover de politierechter. De rechter zei hierop: “Ik geloof u niet. U hoeft mij niet voor de gek te houden.” De Alblasserdammer hield echter vol dat hij niets met de zaak te maken had.

Wietschuld
Ook de officier van justitie geloofde de nieuwe verklaring niet. De aanklager reconstrueerde: “Het slachtoffer heeft verklaard dat hij via een brandgang naar zijn moeder liep. Hij vertelde dat hij sinds een jaar wiet bij de verdachte koopt en dat hij nog een schuld van twintig euro had. Omdat hij niet op tijd had betaald, moest hij in plaats van twintig euro, tachtig euro gaan betalen. Een soort rente, zeg maar. In de steeg kwam het slachtoffer de verdachte tegen. Het slachtoffer kreeg in één keer een dreun op zijn kaak en kreeg te horen dat hij nog moest betalen.”

Vuistslagen in het gezicht
De officier vervolgde: “Toen het slachtoffer zei dat hij geen tachtig euro voor twintig euro wiet zou gaan betalen, kreeg het slachtoffer zo’n vijftal vuistslagen in zijn gezicht. Daarna rende de verdachte weg en kwam toch weer terug om nog eens vijf vuistslagen te geven. Het slachtoffer zakte door zijn knieën en toen maakte de verdachte een zakje in de jas open en haalde er een telefoon en pasjes uit. Bij vertrekt zei verdachte: “Als je naar de politie gaat, trap ik je de volgende keer dood.” Verder zei verdachte: “Als je je spullen wilt, moet je vanavond om acht uur naar de Bas komen.” Daar kon hij zijn eigen spullen terugkopen via twee andere jongens.”

Ik ga je moeder wat aandoen
Eerst ontkende de verdachte bij de politie. Toen agenten een aantal appjes liet lezen, die naar het slachtoffer waren gestuurd, bekende de verdachte deels. In de appjes stond onder meer: “Ik ga je moeder kankerhard aanpakken. Wacht maar. Ik ga je moeder wat aandoen. Kankerhoerenkind, je moet mij betalen.”

Ontzettend misselijk
De officier van justitie had geen goed woord over voor het handelen van de verdachte. Ze vertelde: “Nu zegt verdachte hier op zitting ineens dat hij alles heeft verzonnen om snel weg te kunnen bij de politie. Dat geloof ik niet. Zijn verhaal past namelijk één op één op het verhaal van de aangever. Ik vind de mishandeling en diefstal ontzettend misselijke feiten. Dat je iemand die niet op tijd betaalt zo te grazen neemt in een steegje, waar niemand het ziet en dat je daarna via iemand anders je eigen spulletjes terug kan kopen… Ik heb er geen woorden voor. Ongekend.”

Celstraf geëist
Het Openbaar Ministerie eiste drie maanden gevangenisstraf, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Verder vroeg de aanklager om aanvullende voorwaarden. Geëist werd dat meneer zich zou gaan melden bij de reclassering, meewerkt aan het traject om begeleid te gaan wonen, zich inspant om een vaste baan te krijgen, inzicht geeft in zijn financiën en toestaat dat de reclassering contact mag opnemen met de moeder en werkgever van de verdachte. Tot slot zei de officier van justitie: “Het zou goed zijn als meneer bij zijn moeder weggaat en geholpen wordt bij het vinden van werk en een huis. Meneer heeft al heel vaak aangegeven alles zelf te kunnen, maar hij kan dat niet. Zolang hij geen hulp krijgt, komt hij steeds weer hier.”

Laat zien dan
De Alblasserdamse tiener vertelde dat hij in het verleden inderdaad fouten heeft gemaakt. “Maar dat was toen en dat heb ik achter me gelaten. Ik heb sinds deze vakantie werk. Ik heb verder geen hulp nodig en kan het wel alleen.” Over de strafbare feiten waarvan de Damdorper werd beschuldigd zei hij tijdens ‘het laatste woord’: “Laat zien dan? Jullie hebben niks op tafel liggen. Er is geen bewijs.”

Uitspraak
De rechter, die direct uitspraak deed, dacht daar anders over en veroordeelde de tiener. “U bent schuldig aan de mishandeling. U komt nu met een verhaal, maar dat geloof ik gewoon niet. Anders dan de officier van justitie vind ik dat er geen sprake is van diefstal, maar van afpersing. Jij weet dondersgoed dat je zo niet aan je geld mag komen. U zit hier vandaag wat opgefokt en ik snap dat ook wel, maar ik hoop dat u op het rechte pad komt. Ik leg u een gevangenisstraf van zes weken op, waarvan vier weken voorwaardelijk en de voorwaarden zoals die eerder zijn genoemd. Alleen de voorwaarde dat u verplicht bent toestemming te geven om contact op te nemen met uw moeder en werk leg ik niet op. U bent een volwassen man en het is aan u om toestemming te geven.

Het Openbaar Ministerie en de verdachte deden direct afstand. Daarmee is het vonnis definitief.