ALBLASSERDAM – Een 22-jarige man uit Papendrecht is dinsdag 19 juni 2018 door de politierechter in Rotterdam veroordeeld tot een boete van 150 euro voor het stelen van tas van een 75-jarige Alblasserdammer. De verdachte kwam ondanks zijn dagvaarding niet opdagen in de rechtbank en werd daarom bij verstek veroordeeld. Het slachtoffer daarentegen was wel naar Rotterdam gekomen om te vertellen wat voor impact de zaak op hem heeft gehad. De Alblasserdammer wilde graag 250 euro aan immateriële schadevergoeding hebben, voor al het gedoe dat hij door de diefstal heeft gehad. De rechter wees dat verzoek echter af, omdat meneer niet in zijn persoonlijke levenssfeer zou zijn aangetast.

Tas vergeten
De bewuste tas werd op 24 maart 2016 gestolen in het Makado in Alblasserdam. De 75-jarige Damdorper wilde die dag geld opnemen bij de automaat van ING bij Primera. Tijdens het pinnen zette de man zijn tas even naast hem neer. Na het pinnen liep hij weg en vergat zijn tas. Anderhalve minuut later kwam hij weer de winkel in om de vergeten tas op te halen, maar die bleek intussen te zijn gestolen. Uit de camerabeelden bleek dat de tas was meegenomen door twee jongens die achter het pinnende slachtoffer stonden.

Niets gepakt…
Doordat één van de jongens nog had gepind, wist de politie via de ING bank de gegevens van deze jongen te achterhalen. Het bleek een jongeman uit Papendrecht te zijn. Bij de politie vertelde de man dat hij de tas inderdaad had meegenomen, maar dat hij tas verderop had achtergelaten, omdat er geen waardevolle spullen in zaten. Hij zou niets uit de tas hebben gepakt.

Ongelofelijk veel last van gehad
Volgens het slachtoffer zaten er wel degelijk waardevolle spullen in de tas. De zeventiger vertelde dat hij voor ruim 400 euro aan materiële schade had geleden: “Die tas zelf was ongeveer 150 euro waard. In de tas zat een portefeuille met daarin 50 euro. Verder ben ik al mijn persoonlijke spullen kwijtgeraakt, waar ik ongelofelijk veel last van heb gehad. Mijn medische dossiers, agenda, rijbewijs, telefoon en kentekenbewijs zaten in de tas. Ik heb geen computer, dus ik ben uren aan het telefoneren geweest om alles weer goed te krijgen. Verder was ik al mijn afspraken kwijt die in mijn agenda stonden. Dat was buitengewoon vervelend. Tot slot moest ik helemaal naar Breda, omdat ze alleen daar nog een telefoon met van die grote toetsen hadden.” Voor alle moeite die meneer heeft moeten doen na de diefstal, vroeg de man een schadevergoeding van 250 euro. “Eigenlijk heeft het nog veel meer moeite en gedoe gekost, maar dat is niet in geld uit te drukken.”

Spoorloos
Van de gestolen spullen werd later alleen het kentekenbewijs teruggevonden in een prullenbak bij winkelgalerij De Touwbaan langs de Van Hogendorpweg. Verder is alles nog steeds spoorloos verdwenen. Meneer hoopt dat zijn telefoonhoesje, dat hij van iemand had gekregen, nog ergens opduikt. “Daarover wil de dader niet verklaren bij de politie. Hij heeft hem misschien zelf nog wel.”

Eis
De officier van justitie eiste dat de verdachte een werkstraf zou krijgen van 32 uur. Daarnaast eiste zij dat de Papendrechter 404 euro aan materiële schadevergoeding zou betalen voor de kwijtgemaakte spullen en 250 euro voor de immateriële schadevergoeding.

Te hoge eis
De rechter deed direct uitspraak en vond de gevraagde straf van de officier van justitie te hoog. “Het is een ernstig feit, maar daar staat tegenover dat verdachte geen strafblad heeft. Ik hou daarom in het achterhoofd dat de diefstal in een opwelling is gebeurd. Ik vind een geldboete van 150 euro een passende straf. Verder moet meneer de materiële schade vergoeden. De gevraagde immateriële schadevergoeding van het slachtoffer wijs ik af. Om immateriële schadevergoeding toe te kennen, is de eis dat u in uw persoonlijke levenssfeer bent aangetast. Dan moet u denken aan mishandelingen en dergelijke.”

Probeer het bij civiele rechter
Het slachtoffer interrumpeerde de rechter en vroeg: “En mijn hartritmestoornissen dan?” De rechter antwoordde: “Het punt daarvan is dat het heel lastig vast te stellen dat dat een direct gevolg is van wat hier gebeurd is. Dat directe verband moet heel helder zijn, wil je daar een schadevergoeding aan hangen. Deze strafzaak leent zich daar niet voor. U kunt het nog wel proberen bij een civiele rechter.”

De teleurgestelde 75-jarige Alblasserdammer is voornemens om het dan maar zo te laten. “Om nu voor de 250 euro weer een hele juridische procedure te starten… dat is het me ook niet waard.”

Beroep
De verdachte en het Openbaar Ministerie kunnen nog twee weken in beroep tegen het vonnis. Als zij dat niet doen, is de uitspraak definitief en moet meneer 150 euro boete aan de staat betalen.