STREEFKERK – Het Openbaar Ministerie heeft woensdag 13 juni 2018 in de Dordtse rechtbank een taakstraf van 240 uur en invordering van het rijbewijs voor één jaar geëist tegen een 31-jarige man uit Groot-Ammers, voor het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval op de Middenpolderweg in Streefkerk. Het is de maximale taakstraf die opgelegd kan worden. De advocaat van de man bepleitte vrijspraak. Volgens de raadsman heeft zijn cliënt niet aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld.

Op 15 december 2016 reed de verdachte met een bedrijfsauto richting zijn huis. Rond 17.00 uur reed hij over de Middenpolderweg en zag daar een 59-jarige vrouw, die op de weg liep en bij haar buren de krant wilde bezorgen, over het hoofd. Er volgde een botsing, waardoor de vrouw in een sloot terecht kwam. Omstanders haalden de vijftiger uit het water en hebben haar gereanimeerd. De hulp mocht niet meer baten. De Streefkerkse overleed ter plekke.

Te hard
Op het deel van de Middenpolderweg waar het ongeval plaatsvond, geldt een maximumsnelheid van zestig kilometer per uur. Uit onderzoeken van de politie is gebleken dat de man ongeveer 87 kilometer per uur heeft gereden. “Dat is dus 27 kilometer te hard, terwijl er sprake was van invallende duisternis, er geen openbare straatverlichting aanwezig was en er geen voetpad langs de weg ligt,” stelde de officier van justitie.

Daar staat ze ineens
De man uit Groot-Ammers vertelde in de rechtbank geëmotioneerd over het moment dat hij nooit had willen meemaken. “Dan staat ze daar ineens… dertig centimeter voor je koplampen. Ik heb er geen verklaring voor hoe dit kon gebeuren. De weg kon ik wel dromen. Ik ben er wel meer dan honderd keer overheen gereden. Ik had geen haast, was niet aan het bellen en voor mijn gevoel reed ik niet te hard. Ik denk nog vaak aan het ongeval terug. Als ik zeg ‘dagelijks’ is dat nog te weinig. Het zet een hoop op z’n kop in je leven.”

Appel
De rechter hield de man voor dat hij bij de politie heeft verklaard aan de rechterkant van de weg langs de wegmarkering reed. Rechter: “Waarom deed u dat?” De man antwoordde: “Mijn plaats op de weg is zoveel mogelijk rechts. Ik heb er geen rekening mee gehouden dat mevrouw daar zou kunnen lopen.” Verder vroeg de rechter naar een gevonden klokhuis. “U zei dat u een appeltje heeft gegeten. Wanneer was dat?” De dertiger vertelde dat niet meer te weten. “Ik heb dat zelf niet meer helder.”

Werkstraf
De officier van justitie vindt dat de man schuldig is aan het veroorzaken van het verkeersongeval, omdat er ‘aanmerkelijk onvoorzichtig’ zou zijn gereden. De openbaar aanklager eiste een werkstraf van 240 uur en de invordering van het rijbewijs voor de duur van één jaar. Hij motiveerde: “Bij een misdrijf waarbij met zo’n hoge snelheid is gereden, vind ik die straf zeker op zijn plaats.”

Vrijspraak
De advocaat van de man bepleitte vrijspraak. “Cliënt vindt het heel erg wat is gebeurd en leeft enorm mee met de nabestaanden. Het is absoluut niet zo dat mijn cliënt wegloopt voor verantwoordelijkheden, maar we moeten ook juridisch naar deze zaak kijken. Ik ga vrijspraak vragen. Ik ben van mening dat hier geen sprake is geweest van aanmerkelijk verwijtbaar onvoorzichtig handelen. Cliënt reed naar zijn beleving ongeveer zestig à zeventig kilometer per uur. Het Nederlands Forensisch Instituut geeft aan geen uitspraak te kunnen doen over de door de politie berekende snelheid. Dat stelt vraagtekens bij de uitkomst. Er kan niet met zekerheid worden gezegd hoe hard cliënt reed tijdens de aanrijding. Verder reed hij rechts van de weg en dat is de normale positie op de weg. Daarnaast is daar een wegbeeld waar mensen geneigd zijn sneller te rijden dan is toegestaan. Ook als er zachter was gereden, was waarschijnlijk hetzelfde gebeurd. Tot slot wil cliënt graag zijn rijbewijs houden. Hij heeft het nodig voor zijn werk en hij komt op plaatsen die niet of nauwelijks bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. De financiële consequenties zouden zonder rijbewijs zo groot zijn, dat zijn bedrijf failliet zou kunnen gaan.”

Slachtofferverklaring
De familie liet tijdens de zitting een korte slachtofferverklaring voorlezen: “Weet je hoe het voelt voor ons, als nabestaanden, om onze moeder zo onverwacht, door een ongeval, omdat je even niet oplet, te moeten verliezen en dat de bestuurder van de auto om strafvermindering durft te vragen? Wij vinden het heel raar dat de automobilist onze moeder totaal niet gezien heeft.”

Uitspraak
De rechtbank gaat over de zaak nadenken en doet over twee weken, op 27 juni, om 13.00 uur uitspraak.