NIEUW-LEKKERLAND – Een 64-jarige vrouw uit Nieuw-Lekkerland is maandag 26 februari 2018 door de Dordtse politierechter veroordeeld tot een taakstraf van tachtig uur, waarvan de helft voorwaardelijk. De vrouw heeft zich volgens de rechter schuldig gemaakt aan het herhaaldelijk mishandelen van haar zieke man. Zo zou de Lekkerlandse haar man, met wie ze 45 jaar getrouwd is geweest, opgesloten hebben in een schuur, hebben geslagen in de auto, zijn haren uit zijn hoofd hebben getrokken en geslagen hebben met een zogenoemde piekenpijp. Tot slot zou de vrouw haar man met een natte lap tegen het gezicht hebben geslagen en zou zij hem een paar meppen verkocht hebben met een boek tegen zijn hoofd.

De verdachte ontkende maandag alle aantijgingen. Volgens haar is er nooit sprake geweest van mishandeling. Wel zou zij haar zieke man af en toe bij zijn hoofd vastgepakt hebben, om op die manier de aandacht te krijgen. “Dan wist hij dat hij naar mij moest kijken.”. Bij de politie had zij wel toegegeven dat het zou kunnen dat ze haar man had geslagen. Zelf zei zij erover dat zij een black out gehad heeft. Ook heeft zij bij de agenten verklaard dat ze haar man wel eens een ‘pets’ had gegeven.

Getuigen
De zaak kwam aan het licht, nadat getuigen zagen hoe de echtgenoot van de vrouw het balkon van zijn appartement op vluchtte en daar op zijn bovenlijf werd geslagen. In het totaal werd vier keer gezien hoe de man werd mishandeld. Het slachtoffer zelf verklaarde bij de politie ook dat zijn vrouw hem mishandelde en dat hij bang voor haar was. De dochters van de verdachte vertelden bij de politie hun verdenkingen te hebben. Zij dachten dat mevrouw de zorg voor haar man niet goed aankon en dat het daarom wel eens uit de hand is gelopen.

Scheiding
De Nieuw-Lekkerlandse hield ondanks alle beschuldigende verklaringen vol dat zij haar man niet heeft mishandeld. Ze zou juist nog steeds van hem houden. “Ik heb 45 jaar voor hem gezorgd.” In de afgelopen tijd werd de echtscheiding van het echtpaar in gang gezet. Onlangs is de scheiding definitief uitgesproken.

Eis
De officier van justitie sprak van een ‘trieste zaak’ met ‘alleen maar verliezers’ met twee kwetsbare personen. “Mevrouw heeft haar man in het afgelopen jaar mishandeld, door hem met een natte lap, een piekenpijp en met de handen tegen het lichaam te slaan. Het is spijtig dat een 45-jarig huwelijk zo moet eindigen. Ongetwijfeld speelt de ziekte van haar man en de langdurige zorg voor hem hierbij een rol. Eén ding is duidelijk: dit mag niet meer gebeuren. De reclassering stelt een aantal bijzondere voorwaarden voor. Daar kan ik me in vinden, want er is denk ik wel degelijk hulp nodig voor mevrouw. Ik vorder dat mevrouw wordt veroordeeld tot een werkstraf van tachtig uur, waarvan veertig uur voorwaardelijk, met de bijzondere voorwaarden die zijn geadviseerd door de reclassering. Dit zijn: een meldplicht, een behandelverplichting / een ambulante behandeling bij een GGZ-instelling, een locatieverbod voor de straat waar het slachtoffer woont.”

Vertrouwen beschadigd
De politierechter deed na de behandeling van de zaak direct uitspraak. De rechter motiveerde: “Het is een ernstig feit dat iemand wordt mishandeld, die zich niet kan verweren. Uw man was ziek en hij was op dat moment uw echtgenoot. Dat is een situatie waarin hij zich thuis zou moeten voelen. U heeft het vertrouwen van meneer op grove wijze beschadigd,” zo stelde de rechter. Hij vervolgde: “Ik volg de eis van de officier. Ik leg u op: een werkstraf van tachtig uur, waarvan de helft voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Aan de proeftijd worden bijzondere voorwaarden verbonden. U komt onder toezicht van de reclassering en u moet zich daar melden zo vaak en zo lang als de reclassering dat nodig vindt. U moet meewerken aan een behandeling als de intake bij de GGZ dat uitwijst. U mag niet bij meneer in de straat komen. Contact met meneer mag uitsluitend door bemiddeling van de reclassering. Verder moet u inzicht geven in uw financiële zaken en als daar orde op zaken gesteld moet worden, moet u daaraan meewerken.”

Beroep
De Nieuw-Lekkerlandse heeft twee weken de tijd om in hoger beroep te gaan. Als zij dat niet doet, is het vonnis definitief.

 

De rechtbank aan de Steegoversloot in Dordrecht.