ALBLASSERDAM – De Rotterdamse Rechtbank heeft de 46-jarige P. V. uit Hendrik-Ido-Ambacht vrijgesproken. De man werd ervan beschuldigd dat hij zijn werkneemster uit Alblasserdam in 2014 had aangerand en misbruik had gemaakt van zijn overwicht. “Alleen de verklaringen van mevrouw zijn niet voldoende om de ten laste gelegde feiten als bewijzen te zien. Daar zijn ondersteunende bewijzen voor nodig en die zijn er niet,” motiveert persvoorlichter Pelle Biesmeijer van de rechtbank de uitspraak. Wel zijn er volgens hem seksueel getinte opmerkingen gemaakt, maar is dit onvoldoende voor een veroordeling.

Het Openbaar Ministerie eiste twee weken geleden nog een werkstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden.

Justitie stelde dat P. V. wel degelijk schuldig was. Hij zou de Alblasserdamse tijdens het werk in de billen en borsten hebben geknepen. Verder zou hij haar gedwongen hebben om contact op te nemen met hem, nadat de vrouw van haar werk was vertrokken. De vrouw deed na haar vertrek bij het bedrijf direct aangifte bij de politie.

Volgens de verdachte gaat het om een ‘valse aangifte’. Hij ontkent alle aantijgingen. De advocaat van de man pleitte daarom voor vrijspraak. Daarnaast deed de raadsman tijdens zijn pleidooi een opmerkelijke insinuatie. Hij vertelde dat er in 2014 een brute overval was gepleegd in de woning van zijn cliënt. Twee gewapende mannen kwamen de woning in en wisten waar de kluis stond. “3, 4 mensen wisten waar die kluis stond, waaronder de aangeefster,” vertelde de advocaat.

De vrouw uit Alblasserdam vertelde in haar slachtofferverklaring een afschuwelijke periode te hebben doorgemaakt. “Ik ben in een nachtmerrie terechtgekomen. Ik had een baan nodig vanwege mijn financiële situatie. Daar heeft P. V. misbruik van gemaakt. Al snel bleek dat hij andere bedoelingen had. Hij maakte steeds meer seksuele opmerkingen. Uiteindelijk begon hij me aan te raken en te betasten. Hij heeft me denigrerend behandeld en elke keer gekleineerd. Thuis durfde ik er eerst niet over te praten. Uiteindelijk heb ik ontslag genomen. Ik voelde me erg opgejaagd en was bang dat ik V. tegen zou komen. Ik durf niet meer voor een mannelijke werkgever te werken. Ik hoop dat hij zijn verdiende straf krijgt. Het liefst zie ik hem een poosje achter de tralies verdwijnen.”

De raadsman stelde dat mevrouw een toneelstuk opvoerde en justitie misbruikt en gebruikt om een zakelijk conflict uit te vechten. De advocaat sprak daarom van een valse aangifte.

De rechtbank stelt niet uit te gaan van een valse aangifte, maar vindt dat er onvoldoende bewijs is voor een veroordeling.

Justitie heeft nog een aantal dagen de tijd om in hoger beroep te gaan. Als dit niet gebeurt, is de uitspraak definitief.