ALBLASSERDAM – De twee mannen uit Nieuw-Lekkerland die in februari opgepakt werden op verdenking van grootschalige stroperij en wapenhandel, moeten nog zeker tot augustus vast blijven zitten. Dat heeft de Dordtse rechtbank dinsdag 3 mei beslist. De met drie maanden verlengde voorlopige hechtenis is volgens de rechtbank nodig omdat belangrijke onderzoeken nog niet zijn afgerond. De twee neven zijn bang dat zij door detentie hun baan verliezen.

De 22-jarige Lennart de J. en zijn jaar jongere neef Sven de J. schoten volgens de politie onder andere fazanten, reeën, ganzen en hazen en verkochten deze op bestelling aan particulieren. Gedurende het politieonderzoek bleek dat de groep zich ook bezighield met de handel in wapens. Volgens de verdachten was het verzamelen van wapens een hobby. “En het stropen en de handel in dieren is ook niet meer dan een uit de hand gelopen hobby,” zo liet Sven weten.

De openbaar aanklager vond dit een te grote afzwakking van de werkelijkheid. Hij wijst op de zoektocht van marineduikers vorige week op de bodem van de rivier de Noord bij de Alblasserdamse Brug naar een kist vol handvuurwapens die van de neven zou zijn. „We hebben het dus niet over een hagelgeweertje.”

Over drie maanden wordt de rechtszaak voortgezet. Eerst moeten alle onderzoeken zijn afgerond, vindt de rechtbank. Zo moet nog worden vastgesteld of het gevonden handvuurwapen in de rivier de Noord inderdaad afkomstig is uit de nog niet gevonden wapenkist. Intussen probeert justitie nog een aantal gewiste e-mails met hulp van Amerikaanse experts zichtbaar te maken. Tot slot wordt geprobeerd om zoveel mogelijk afnemers van het gestroopte wild te achterhalen.