ALBLASSERDAM – Het Albert Schweitzerziekenhuis in Dordrecht neemt deze maand afscheid van anesthesiemedewerker Teus van Es uit Alblasserdam. Daarnaast staat het ziekenhuis stil bij zijn vijftigjarig jubileum. Een halve eeuw lijkt lang om vol te houden in een werkomgeving, maar als je bedenkt hóe zeker Teus als tiener wist dat hij op de operatiekamer wilde werken, dan is het zo gek nog niet dat hij daar op zijn bijna-67e nog altijd rondloopt. Onderstaand interview en bijgaande foto zijn gemaakt door Frank van den Elsen.

“Toen ik een jaar of 15 was, smokkelde mijn broer mij – volkomen illegaal natuurlijk – het academisch ziekenhuis in, waar hij toen co-assistent was voor zijn opleiding tot huisarts. Hij deed mij een witte jas aan en zo zijn we overal geweest, ook in de collegezaal die boven een OK gebouwd was. Daar kon je naar beneden de OK in kijken. Ik zag professor Wittebol opereren. Sindsdien hield dat tafereel mij bezig en werkte ik ernaartoe om daar zelf ooit terecht te komen.”

Een van de eerste mannen
Het zal ook wel iets erfelijks zijn. Want naast zijn broer de huisarts, werd zijn zus psychiater en een andere zus verpleegkundige. En zelf heeft Teus het ‘zorghart’ weer doorgegeven aan zijn dochters Lieske en Esther, die respectievelijk OK-assistent en verpleegkundige/Chief Nurse Information Officer in het Albert Schweitzer zijn. Nog vóór het afronden van zijn middelbare school had Teus al al gesolliciteerd bij het pas kort geopende Diaconessenhuis Refaja. Hij werd aangenomen, mits hij z’n diploma zou behalen. “De enige weg naar de operatiekamer was toen via de verpleging, dus daar moest ik eerst terechtkomen. Ik was een van de eerste mannelijke verpleegkundigen in het Refaja. Ik voelde me er erg thuis, er was een goede klik met veel collega’s.” Doelgericht stoomde hij in het ziekenhuis door naar het OK-bedrijf en koos voor de richting anesthesie. Het is altijd het beroep gebleven dat hij wenste, de overstap naar locatie Zwijndrecht veranderde daaraan niets.

Saturatiemeter bij de Aldi
Zoals iedereen die 50 jaar in een vak zit, heeft Teus ‘alles’ zien veranderen: qua technieken, middelen, protocollen, hiërarchie enzovoort. “Je groeit mee en dat is goed. Het was vroeger zeker niet slecht, maar je roeide met de riemen die je had. We deden alles met de hand, van bloeddruk meten tot verslag leggen. Soms gaf je zuurstof op geleide van de kleur van de patiënt, nogal onnauwkeurig dus. Een saturatiemeter hadden we in het begin niet, die koop je nu bij de Aldi.” Veel handelingen en metingen zijn overgenomen door machines. Teus: “Met alle systemen en alarmen die we nu hebben, voel ik me veiliger. Ik heb meer overzicht, kan veel beter rondkijken en interpreteren wat er gebeurt. Het is ook daadwerkelijk veiliger geworden voor de patiënt, dankzij vaste protocollen, controlemomenten, de rust die nu op een OK heerst. Sommige fouten die vroeger optraden zijn nu makkelijk te voorkomen. In de hectiek van vroeger was er soms amper tijd om even met de patiënt te praten.”

Blik van patiënt niet vergeten
Terwijl hij juist dat laatste zo belangrijk vindt. Daarin liggen ook zijn meest indringende en tevens dierbare herinneringen. “De blik van een patiënt die wakker wordt uit narcose en zich meteen realiseert dat de operatie te snel is gegaan, dat de uitkomst dus waarschijnlijk ongunstig was. Zo’n moment kan ik niet vergeten. En die persoon vroeg dan aan mij op de man af: het is niet goed hè? Ik mocht officieel niets zeggen, maar dat is menselijkerwijs niet te doen. En dan bedankte de patiënt je toch voor wat je gedaan en verteld had.” En aan de andere kant is er de herinnering aan een soms nogal losbandige tijd: “Op vrijdagmiddag poetsten we als OK-team zelf de OK. We zetten zelfs de lampen en de autoclaven in de olie. Allemaal onvoorstelbaar nu, maar toen was het een moment van ontspanning samen. Regelmatig vloog het water door de lucht naar je collega’s. Er is weleens gebeld van de onderliggende verdieping dat het daar langs de muren droop.”

Een keer stoppen
Teus kan leven met het afscheid: “Het moet toch een keer stoppen. Ik heb hobby’s: schrijfwerk, schilderen.” Hij heeft niets dan waardering voor alle collega’s door de decennia heen, al kende hij ze in een groter wordende organisatie lang niet meer allemaal persoonlijk. “Toch is de saamhorigheid altijd gebleven. Samen lever je betere zorg en heb je het leuker. Teamwork is van alle tijden.”