ALBLASSERDAM – Alaa Z. uit Zwijndrecht is dinsdag 23 maart 2021 door de meervoudige kamer van de Rotterdamse rechtbank veroordeeld tot vier jaar cel en tbs. De man heeft volgens de rechtbank op 19 maart 2020 een toen 22-jarige man neergeschoten in de Nicolaas Beetsstraat in Alblasserdam en is daarmee schuldig aan poging tot doodslag en verboden wapenbezit. De Zwijndrechter, die sinds zijn veertiende ernstig verslaafd is aan cannabis en in 2016 vanuit Syrië naar Nederland vluchtte voor  een vreedzaam bestaan, wordt als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd.

Pistool gekocht
Alaa Z. kocht voor 850 euro een pistool, nadat hij het idee kreeg dat de Syrische gemeenschap, waaronder het slachtoffer, zich tegen hem gekeerd zou hebben. Tegenover de rechters verklaarde de man dat hij dacht dat het een nepwapen was, dat alleen geluid zou kunnen maken. De rechtbank gelooft dit echter niet. “Die verklaring strookt niet met de prijs die verdachte ervoor heeft betaald. Bovendien was hij bekend met het wapen. Hij droeg het al enkele malen bij zich en had er al eens mee geschoten. Onder deze omstandigheden kan het niet anders dan dat de verdachte zich ervan bewust was dat hij met een vuurwapen, geladen met metalen patronen, op de aangever heeft geschoten,” zo oordeelden de rechters dinsdag.

Stoornissen
De verdachte is in de afgelopen periode uitgebreid psychisch onderzocht. De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat de man benedengemiddeld intelligent is, een waanstoornis en een depressieve stemmingsstoornis heeft en een ernstige stoornis heeft in het gebruik van cannabis. “Verdachte voelde zich benadeeld en uitgelachen door de Syrische gemeenschap. Hij dacht dat er achter zijn rug om, kwaad over hem werd gesproken en voelde zich onveilig. Hij liet zich volledig meevoeren in zijn complotdenken. In dat kader kocht hij een pistool,” zo meldde één van de psychologen in zijn rapportage.

Zonder denken
Op de dag van de schietpartij ging Alaa Z. samen met een vriend naar Alblasserdam, omdat hij zich door de Alblasserdammer benadeeld voelde. Hij verdacht de Damdorper ervan dat hij een video had gemaakt, waarin Alaa belachelijk werd gemaakt. “Ook zou het slachtoffer zijn invloed aangewend hebben teneinde een vriendin van de verdachte te bewegen zich van hem af te keren. De verdachte vond dat hij daarom in actie moest komen, omdat het zo niet langer ging. Toen de ontmoeting met het slachtoffer ontspoorde, zou Alaa zonder verder te denken op het slachtoffer hebben geschoten,” aldus een psycholoog die de man onderzocht.

Vier kogels
De verdachte verklaarde zelf over die dag: “Ik ben op 19 maart naar Alblasserdam gegaan. Ik had het pistool bij me. Ik belde aan en vroeg of *naam slachtoffer* naar beneden wilde komen. We waren vrienden en er was iets voorgevallen. Ik ging weer in de auto zitten wachten.” In de auto zat op de bijrijders stoel een vriend van de verdachte. Toen het slachtoffer uit de flat naar beneden was gekomen om te praten, escaleerde het al snel. De Zwijndrechter pakte zijn pistool, richtte het op het slachtoffer en schoot vier keer. Drie kogels waren raak. De kogels kwamen terecht in de buik, de bovenkant van de rug / nek en de arm van het slachtoffer.

Toerekeningsvatbaar?
Eén van de belangrijkste vragen die de rechtbank moest beantwoorden was of Alaa toerekeningsvatbaar is voor wat hij heeft gedaan. Volgens de onderzoekers handelde Alaa namelijk vanuit waanbeelden en een psychose. De rechtbank komt tot het oordeel dat er inderdaad vanuit een psychose en een stoornis van de geestesvermogens is gehandeld. De rechtbank volgt echter de deskundigen niet in hun primaire conclusie dat de bewezen verklaarde feiten in het geheel niet aan de verdachten kunnen worden toegerekend.

Echte kogels
De rechtbank stelt: “De rechtbank is van oordeel dat de verdachte wist dat het wapen een vuurwapen betrof en dat daar echte kogels in zaten. Hij heeft met die wetenschap en het opzet op het toebrengen van potentieel dodelijk letsel op de aangever geschoten. Mede gelet op hetgeen de psycholoog op dit punt op de terechtzitting heeft verklaard, brengt dit mee dat de verdachte op dit punt een keuze heeft gemaakt die weliswaar grotendeels, maar niet volledig door zijn psychose is ingegeven. Verder is de rechtbank van oordeel dat de verdachte door het jarenlange en veelvuldige gebruik van cannabis zelf heeft bijgedragen aan het ontstaan, doen voortbestaan dan wel het verergeren van zijn psychose. De psychose is weliswaar niet het directe gevolg geweest van het cannabisgebruik, maar het cannabisgebruik kan, aldus de deskundigen, wel worden gezien als een van de oorzaken daarvan en het heeft het ook verergerd. Hierbij wordt ook meegewogen dat de verdachte wist dat cannabisgebruik een roesmiddel betreft dat effect heeft op zijn psychische toestand. Hij kon gelet daarop weten dat het gebruik van cannabis niet geheel ontbloot is van risico’s en dat dit middel zijn functioneren zodanig kon beïnvloeden dat daaruit riskant gedrag zou kunnen ontstaan.”

TBS en schadevergoeding
De verdachte krijgt dus een celstraf van vier jaar en wordt ter beschikking gesteld. Hij mag geen contact hebben met het slachtoffer en moet het slachtoffer 11.420,40 euro schadevergoeding betalen, waarvan 8000 euro aan immateriële schade. De ouders van het slachtoffer hadden ook om een schadevergoeding gevraagd, vanwege de shock waarin zij terecht kwamen toen zij hun beschoten zoon zagen. De rechtbank vindt die vordering te complex en wijst die daarom af. De ouders hebben nog wel de mogelijkheid de vordering alsnog in te dienen bij de burgerlijke rechter.

Het openbaar ministerie en de verdachte hebben twee weken de tijd in om hoger beroep te gaan. Als zij dit niet doen, is het vonnis definitief.