ALBLASSERDAM – De politie is maandagmiddag 28 december 2020 met minstens vier voertuigen met spoed naar het Wilgenplein in Alblasserdam gegaan voor een melding van een hoogoplopende ruzie tussen een pakketbezorger en een oliebollenbakker. Er sneuvelde een ruit en er werd met olie gegooid. De beide mannen worden door de politie vooralsnog aangemerkt als verdachten èn als slachtoffers.

Een omstander zag het misgaan en vertelt: “De pakketbezorger reed over het marktgedeelte dat afgesloten was en parkeerde naast de oliebollenkraam. Iemand van de oliebollenkraam zei daar wat van en zette zijn auto achter de bus van de verkeerd geparkeerde pakketbezorger, zodat de bezorger niet meer weg kon. De pakketbezorger werd daar heel boos om. Er werd vreselijk gescholden en geschreeuwd. De pakketbezorger deed het deurtje aan de achterkant open en wilde de man van de oliebollen pakken. De oliebollenman gooide met vet en de pakketbezorger sloeg een ruit van oliebollenkar kapot.”

Een woordvoerster van de politie bevestigt dat de ruzie inderdaad is begonnen met een parkeerconflict. Omdat beide mannen niet gewond zijn geraakt, is besloten nu nog niemand aan te houden. Wel worden beide mannen binnenkort ontboden op het politiebureau om daar hun verhaal te doen. Dan zal ook bekend worden of de mannen aangifte tegen elkaar doen of dat het onderling wordt opgelost. De één zit met een gesneuvelde ruit en de ander heeft een vette broek.

Veiligheid op de markt
De oliebollenbakker vertelt dat hij op is gekomen voor de veiligheid op de markt. “Als er markt is, mag er geen verkeer door het publiek heen gaan rijden. Dat is voor de veiligheid van de marktbezoekers. Die geintje hebben we al meerdere malen meegemaakt. De marktmeester wordt soms bijna aangereden. Als maatschappij willen we dit niet en ik pik het niet meer. Ik riep daarom naar de pakketbezorger: “Waar hebt u uw rijbewijs gehaald? Hier parkeren is pertinent verboden.” Hij vertelde dat hij ontheffing had. Ik heb daarna mijn auto achter zijn bus gezet. Toen hij naar z’n auto liep, flipte hij en schreeuwde dat ‘ie de ruiten in zou slaan. Hij kwam de kraam binnen gestormd. Duwde een werknemer en mijn vrouw opzij en wilde mij aanvallen. Ik zei: “Nou donderstraal je op. Ik had een conservenblik beet en gooide de olie naar hem. Bewust niet naar z’n gezicht, maar naar zijn bovenbeen. Het was puur om mezelf te verdedigen.”