ALBLASSERDAM – De 35-jarige vrouw uit Alblasserdam die op 10 oktober 2018 werd betrapt op het voorhanden hebben van een pistool en een stroomstootwapen, mag morgen, 7 januari 2019, de gevangenis verlaten. De afgelopen 89 dagen zat de vrouw vast voor het wapenbezit. Maandag 7 januari 2019 werd de zaak door de Rotterdamse politierechter behandeld. Die oordeelde dat drie maanden in de cel zitten voor het voorhanden hebben van de wapens in een woning aan het Krulmos in Alblasserdam ‘meer dan genoeg’ is. “U moet er direct uit. Dat gaat vandaag niet meer lukken, want daar is het te laat voor, maar morgenochtend om half tien gaat u eruit,” aldus de politierechter.

Schiet je ex dood
De politie startte enkele maanden geleden een onderzoek nadat er melding was gemaakt van een doodsbedreiging. De verdachte vrouw zou tegen haar toenmalige man hebben gezegd: “Met dit wapen schiet ik je ex dood”. Deze man waarschuwde vervolgens direct zijn ex en vertelde wat de vrouw had gezegd.

Ladykiller
Omdat er meerdere signalen waren dat de 35-jarige vrouw wapens voorhanden had, ging de politie woensdagavond 10 oktober 2018 naar de woning van de vrouw aan het Krulmos in Alblasserdam. De politierechter vertelde hierover: “De politie stond voor de deur, maar u was niet thuis. De politie belde u op en u vertelde dat u inderdaad een pistool en een taser in huis had liggen. Agenten zijn toen de woning in gegaan, maar konden niets vinden. Nadat één van de agenten nog een keer belde en vroeg waar het vuurwapen lag, vertelde u dat de ‘ladykiller’ in een witte sok in het linker laatje van een kastje lag. Daar werd het wapen inderdaad gevonden.”

Zaklamp
In de rechtbank vertelde mevrouw dat ze helemaal niet wist of er wapens waren, maar dat zij spullen had verhuisd en dat er met die spullen wel eens wapens meeverhuisd zouden kunnen zijn. “En van die taser dacht ik dat het een zaklamp was.”

Bedreiging
De vrouw werd ook verdacht van een bedreiging. Zij zou de ex van haar man hebben bedreigd met de dood. Intussen is die man, ook alweer haar ex. “Ik ben op in juni getrouwd en ben in november alweer van hem gescheiden. Het was een erg kort huwelijk, want hij had nog met zijn ex. Maar ik heb zijn ex zeker niet bedreigd. Waarom zou ik de moeder van zijn kinderen gaan bedreigen? Zoiets doe ik niet.”

Nog steeds bang
De vrouw die via haar ex-man bedreigd zou zijn door de verdachte, liet in een slachtofferverklaring weten nog steeds erg bang te zijn. Ze durft nauwelijks over straat en slaapt slecht.

Zonneklaar
De officier van justitie zei het slachtoffer zeker te geloven, maar zei ook dat er te weinig middelen zijn om tot bewijs te komen. “Hoezeer ik het ook geloof, er is te weinig bewijs van de bedreiging. Dat mevrouw het pistool en de taser voorhanden heeft gehad is zonneklaar.”

Eis
De openbaar aanklaagster eiste een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan één maand voorwaardelijk. De advocaat van de vrouw vroeg volledige vrijspraak. Tijdens het ‘laatste woord’ vertelde de verdachte dat haar verklaring omtrent gedrag van essentieel belang is voor haar werk in de zorg. Zij vroeg de rechter daar rekening mee te houden.

Uitspraak
De politierechter deed direct uitspraak. Hij richtte zich eerst tot de benadeelde partij: “Mevrouw, ik geloof u wel, maar ik weet niet of ik uw ex-man geloof. Ik geloof zeker dat u geschrokken bent, maar weet niet of J. de waarheid tegen u heeft verteld. En daarom kom ik voor de bedreiging tot een vrijspraak. Het is niet vast te stellen of mevrouw u daadwerkelijk heeft bedreigd.”

Meer dan genoeg
Voor de andere twee feiten, het voorhanden hebben van een pistool en een stroomstootwapen, is volgens de rechter wel voldoende bewijs. “Daar komt u niet mee weg. U wist precies waar de wapens lagen. U heeft inmiddels 89 dagen vast gezeten en dat is meer dan genoeg. U moet direct uit de gevangenis. Dat gaat vandaag helaas niet meer lukken, want daar is het te laat voor, maar morgenochtend om half tien gaat u eruit.” Omdat de verdachte is vrijgesproken van de doodsbedreiging, hoeft zij het slachtoffer ook geen schadevergoeding te betalen.

De verdachte en justitie hebben twee weken de tijd om in hoger beroep te gaan.