ALBLASSERDAM – Rolf de Folter, voorzitter van de Wmo-adviesraad van Alblasserdam heeft deze week de “Rapportage over de uitkomsten van de interviews met Wmo-gebruikers en mantelzorgers” uitgereikt aan wethouder Dorien Zandvliet. Volgens De Folter levert dit onderzoek, waarbij 24 inwoners die mantelzorger zijn of een Wmo-voorziening hebben door hen zijn geïnterviewd, veel bruikbare informatie op.

Daarbij springen twee zaken in het oog: er is nog veel behoefte bij inwoners aan informatie over voorzieningen als cliëntondersteuning. Daarnaast signaleert men een behoefte aan goede mantelzorgondersteuning en respijtzorg. Een positief bijeffect van het onderzoek is volgens De Folter, dat deze gesprekken hen dichter bij de verschillende doelgroepen hebben gebracht, waardoor de adviesraad beter weet wat er onder bewoners speelt op het gebied van zorg en ondersteuning.

In haar eerste reactie gaf wethouder Zandvliet aan, dat zij het rapport met veel belangstelling zal lezen en dat het college de aanbevelingen uit het rapport zal meenemen bij het opstellen van het Wmo-uitvoeringsprogramma voor 2017 en 2018.

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is er voor mensen die hulp in en aan huis nodig hebben om thuis te kunnen blijven wonen. Dat heet ook wel hulp bij het zelfredzaam zijn. Die hulp is nodig omdat het alleen of met hulp van de omgeving niet (meer) lukt.

De Wmo is er ook voor mensen die hulp nodig hebben om mee te doen aan de samenleving. Dat heet ook wel hulp bij participatie. Dat kan dagbesteding zijn of beschermd wonen met begeleiding.Het gaat hier vooral om mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, een chronische ziekte of psychiatrische aandoening, om ouderen en verslaafden.

De individuele voorzieningen Wmo voor hulpmiddelen, vervoersvoorzieningen, huishoudelijke ondersteuning en woningaanpassingen vallen ook onder de Wmo 2015. Hiervoor is de gemeente al langer verantwoordelijk.