ALBLASSERDAM – Een 36-jarige man uit Lienden is dinsdagmiddag 2 februari 2016 door de rechtbank in Dordrecht veroordeeld tot een werkstraf van honderd uur, omdat hij op 18 september 2013 warme koffie in het gezicht van een man heeft gegooid. Dit gebeurde bij een tankstation in Alblasserdam. Het slachtoffer liep brandwonden op. De 36-jarige moet daarom naast honderd uur werken, vijfhonderd euro aan smartengeld betalen.

Brandwonden
De gemoederen lopen woensdag 18 september 2013 hoog op bij een tankstation in Alblasserdam. Twee mannen ruziën over een huurconflict. Op een bepaald moment wordt de 36-jarige A. v.d. H., die nog geld zou krijgen, zo boos, dat hij zijn net gekochte, warme koffie, door het raampje van de werkbus van H. v.d. B. gooit. De koffie komt in het gezicht en op de hals van het slachtoffer. Een dokter verklaart later dat er sprake is van ‘eerste à tweedegraads brandwonden’.

Slachtoffer wordt dader
Nadat er met koffie was gegooid, pakte het slachtoffer een grote hamer uit zijn bus en ging daarmee de 36-jarige achterna. Het slachtoffer werd daarmee ook dader en is inmiddels door de rechtbank voor bedreiging veroordeeld tot een gevangenisstraf van 61 dagen, waarvan zestig dagen voorwaardelijk.

Reflex
De ‘koffiegooier’ kwam dinsdag niet opdagen bij de rechtbank. Wel had hij eerder al bij de politie verklaard dat hij niet de intentie heeft gehad om het slachtoffer pijn te doen. “Het liefst zou ik zijn kop eraf getrokken hebben, maar dit was niet om hem pijn te doen. Het was echt een reflex. Ik zei dat hij normaal moest doen en gooide die koffie naar hem als gebaar van: ga weg man.”

Honderd uur
Het slachtoffer eiste voor zijn brandwonden 1500 euro smartengeld en 480 euro omdat hij twee dagen niet heeft kunnen werken. De officier van justitie vond dat wat veel, omdat een goede onderbouwing onderbrak. Hij eiste daarom een bedrag van duizend euro smartengeld en liet in de eis de vordering van 480 euro achterwege. Daarnaast eiste de aanklager een werkstraf: “Meneer heeft iemand zijn onschendbaarheid van het lichaam ontnomen. En wel op een plaats van het lichaam die je niet 1, 2, 3 kan bedekken. Meneer moet waarschijnlijk met littekens verder door het leven. Ik eis daarom een werkstraf van honderd uur.”

Uitspraak
De rechter ging met dat laatste mee: “Honderd uur werken is een passende straf. Het gevraagde bedrag had het slachtoffer beter moeten onderbouwen. Meneer zegt nog steeds littekens te hebben, maar daar hebben we geen bewijs van. Ik kan niet uitsluiten dat meneer inmiddels is hersteld. Ook is zijn vordering voor de materiële schade onvoldoende onderbouwd. Die wijs ik dus af. Ik ga daarom een bedrag toewijzen van 500 euro voor immateriële schade, want zeker is dat meneer enige tijd last heeft gehad van zijn brandwonden,” aldus de rechter.

Hoger beroep
De verdachte en het Openbaar Ministerie hebben twee weken de tijd om in hoger beroep te gaan. Als dat niet gebeurt, is de straf onherroepelijk.