overval polderstraatALBLASSERDAM – De rechtbank in Dordrecht heeft de twee mannen, die vorig jaar een bedrijfswoning in de Polderstraat in Alblasserdam met geweld overvielen, veroordeeld tot gevangenisstraffen. De 20-jarige Muharrem C. uit Rotterdam kreeg een celstraf van drie jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk opgelegd. De 27-jarige Sidney B. kreeg een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 54 maanden opgelegd.

Niet zo sterk
De mannen pleegden op 31 juli 2014 de gewelddadige overval op een bedrijfswoning in de Polderstraat in het Damdorp. Sidney, die nog maar net drie maanden op vrij voeten was na een straf voor diefstal met geweld, had namelijk een tip gekregen dat er veel contant geld te halen was en dat de bewoners ‘niet zo sterk’ zouden zijn. Met een plattegrond in de auto vertrok hij samen met Muharrem en drie andere personen vanuit Rotterdam naar Alblasserdam.

Strotje er af
Aangekomen bij de bewuste woning werd eerst verkend. Één van de bewoonsters sprak de mannen aan en vroeg of ze iets zochten. Er werd gesproken over een wasstraat. Daarna vertrokken de overvallers weer. Niet veel later kwamen zij terug en gingen met bivakmutsen de woning in. Sidney dreigde met een mes, pakte één van de bewoners bij de keel en zei: “Ga op de grond liggen. Ik moet geld. Ik moet geld. Als je gaat gillen, maak ik je dood. Ik breek je strot. Ik steek je dood. Zeg het maar, strotje er af of geeft u geld?”

Kinderen
Sidney ontkende dat hij dergelijke woorden had gesproken: ” Ik zei tegen hem: Ik wil u geen pijn doen. Als u geld geeft, gebeurt er niets. En dat mes op de keel was met de botte kant. En hoewel ik zeker niet de betrouwbaarste ben, heb ik gelijk de deur dichtgedaan, toen meneer vertelde dat er kinderen boven lagen te slapen. ”

Te weinig bewijs
Na de overval sloegen de mannen op de vlucht. Een oplettende getuige volgde de verdachten en waarschuwde de politie. Op de N3 kon de vluchtauto door de politie langs de kant worden gezet. Vier mannen en één vrouw werden aangehouden. In de auto werden messen aangetroffen. Drie van de vijf verdachten zijn weer op vrije voeten. “Tegen hen was te weinig bewijs,” wist één van de advocaten te vertellen.

Spijt
Beide verdachten vertelden spijt te hebben van hun daden. “Als ik dit allemaal kon terugdraaien, zou ik dat gelijk doen,” vertelde B. Hij vervolgde: “Ik wilde door slechte dingen te doen er weer goed uitkomen. Ik wilde uit mijn financiële problemen komen. Ik wilde het geld niet voor mezelf, maar om er goede dingen mee te doen voor mijn gezin en voor mensen die me geholpen hebben. Ik kan mijn leven gewoon nooit op de goede rails krijgen. De problemen zoeken mij soms gewoon op.” Ook C. had spijt: “Het is nooit de bedoeling geweest om die mensen bang te maken. Hoop dat hen zoiets nooit meer overkomt. Ik wens de familie veel gelukkige jaren, zonder angst.”

Doodsangsten
De familie zelf lieten in een slachtofferverklaring weten dat zij doodsangsten uitgestaan hebben. “Waarom doen mensen zoiets? Waarom gaan ze zo ver voor die paar centen? Beseffen ze dan echt niet wat ze aanrichten?,” vroeg één van de familieleden zich vertwijfeld af.

Eis OM
Het openbaar ministerie eiste tegen C. drie jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk. Tegen B. eiste het OM een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar. Onder meer vanwege zijn uitgebreide strafblad.

Uitspraak
De rechtbank ging donderdag 5 februari 2015 grotendeels mee in die eis. “Dit is een ernstig feit en het moet een bijzonder angstige en traumatische ervaring zijn geweest voor de slachtoffers. Dit soort daden zorgt voor veel onrust in de samenleving. Ik veroordeel C. daarom tot een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk. B. veroordeel ik tot 54 maanden cel,” aldus de rechter.

Schadevergoeding
Naast de celstraffen uitzitten, moeten de mannen samen 2.000 euro immateriële schadevergoeding betalen aan de benadeelde familie. Verder moet C. meewerken aan diverse onderzoeken en moet hij zijn vingerafdruk beschikbaar stellen. Als hij dit niet doet, moet hij alsnog drie jaar zitten.

Hoger beroep
Zowel het Openbaar Ministerie als de overvallers hebben twee weken de tijd om in hoger beroep te gaan. Doen zij dit niet, dan is hun straf definitief.