fijnstofALBLASSERDAM – De cijfers van het tweede kwartaal 2014 van het fijnstofmeetpunt langs de Ruigenhil in Alblasserdam zijn bekend. Hieruit blijkt dat de kwartaalgemiddelden van de gemeten concentraties fijnstof, stikstofmonooxide, stikstofoxide en stikstofdioxide in Alblasserdam hoger zijn dan die van de drie andere meetstations van de DCMR. Die andere stations staan in Overschie, Ridderkerk en Schiedam.

Het gemiddelde gemeten verschil voor de fijnstofconcentratie in Alblasserdam ten opzicht van de drie DCMR meetstations is 4,0 ug/m3 (minst gemeten verschil) en 6,9 ug/m3 (hoogst gemeten gemiddelde verschil). Voor stikstofdioxide liggen de cijfers aanzienlijk verder uit elkaar, te weten: 0,8 ug/m3 en 4,5 ug/m3. De concentraties voor fijnstof en stikstofdioxide zijn in de maand april hoger dan in mei en juni. De DCMR relateert deze verhoging aan de bijzondere klimatologische omstandigheden (warmte en droogte) in deze maand waarvoor met name fijnstof ´gevoelig is´. Stikstofdioxide wordt naast de klimatologische omstandigheden tevens beïnvloed door de lokale situatie, bijvoorbeeld de bijdrage van het lokale verkeer.

Op basis van de nu bekende cijfers kunnen er volgens de milieudienst nog geen conclusies getrokken worden over de heersende luchtkwaliteit in Alblasserdam. Hiervoor zijn jaarcijfers nodig. Tot nu toe zijn alleen de cijfers van kwartaal één en twée van het jaar 2014 bekend. Het doel van de metingen is een beeld te verkrijgen van de lokale luchtkwaliteit op De Helling/Dam Ruigenhil. Het kwartaalverslag geeft inzicht in de luchtkwaliteit van het tweede kwartaal van 2014. Dit verslag is hier te downloaden.

De nieuwe cijfers worden tijdens de eerstvolgende gemeenteraadscommissievergadering in Alblasserdam besproken.

Cijfers 2e kwartaal luchtkwaliteit Alblasserdam (Medium) Cijfers 2e kwartaal luchtkwaliteit Alblasserdam1 (Medium)