verkeersregelaarNIEUW-LEKKERLAND – Een 46-jarige man uit Nieuw-Lekkerland is dinsdag 12 augustus door de politierechter in Dordrecht veroordeeld tot een werkstraf van tachtig uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken. De man reed op 23 juli 2013 in Rockanje (juridisch) opzettelijk een verkeersregelaar aan. Volgens de rechtbank heeft de Lekkerlander zich daarmee schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling. “U heeft een enorme fout gemaakt,” stelde de rechter.

Strandweg
Het was dinsdag 23 juli 2013 een zonnige vakantiedag in Nederland. En dat hield voor de kustplaatsen in: drukte bij de stranden. Zo ook bij de Strandweg in Rockanje. Om al het verkeer in goede banen te leiden, werden verkeersregelaars ingezet. Één van hen was verkeersregelaar J. Smalheer. Rond het middaguur arriveerde Nieuw-Lekkerlander I. K. bij de Strandweg. Hij wilde graag via het afgesloten deel van de weg naar zijn moeder die daar 150 meter verderop woont. De verkeersregelaar liet dat echter niet toe en vond dat K. maar een paar kilometer om moest rijden.

Split second
De Nieuw-Lekkerland begon een discussie, stapte uiteindelijk boos in en probeerde om de afzetting heen te rijden. Daarbij raakte hij de verkeersregelaar. Volgens getuigen was dit een bewuste actie en reed K. acht meter door terwijl Smalheer op de motorkap van de auto lag. “Het is in een Split second gebeurd. Wat er misging weet ik niet, maar ik heb die verkeersregelaar echt nooit iets willen aandoen. Had ik nu maar gewoon die paar kilometer omgereden,” verzuchte K. geëmotioneerd in de rechtbank.

Wat heeft jou bezield?
K. werd aangehouden door de politie en bracht zo’n vijf uur lang in de cel door. De verkeersregelaar raakte lichtgewond en werd in het ziekenhuis nagekeken op inwendig letsel. Via een slachtofferverklaring liet Smalheer weten: “Ik stond recht voor die auto en voelde al dat het uit de hand ging lopen. Ineens gaf de bestuurder een dot gas. Ik werd aangereden alsof ik een verkeerspylon was. Ik dacht aan mijn zwangere vrouw en dacht dat ik mijn toekomstige kind nooit te zien zou krijgen. Wat heeft jou bezield om iemand zo aan te rijden?”

Spijt
De Nieuw-Lekkerlander vertelde enorm veel spijt te hebben. Hij benadrukte meermalen dat hij de verkeersregelaar niet doelbewust heeft aangereden.

Wapen
De officier van justitie noemde de handelswijze van K. verkeerd en strafbaar. “Eigenlijk heb je met een auto een wapen in handen. U reed meneer aan en dat is een ernstig en strafbaar feit. Wettelijk gezien kan ik vanwege deze ernst geen werkstraf eisen. Ik eis daarom een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast wil ik dat u de (immateriële) schade die meneer heeft geleden, vergoedt.”

Schade
Tijdens de aanrijding ging namelijk de telefoon van Smalheer kapot. Verder waren er benzinekosten, ziekenhuiskosten en telefoonabonnementskosten. Tot slot werd er door de verkeersregelaar zelf een bedrag van 1100 euro opgevoerd voor immateriële kosten. De officier maakte daar in haar eis 500 euro van.

Voorwaardelijke opzet
De rechter deed na de eis van het Openbaar Ministerie direct uitspraak. “Ik acht het feit wettelijk en overtuigend bewezen en u bent daar strafbaar voor. Ik ga er vanuit dat u niet bewust lichamelijk letsel wilde toebrengen. In die zin was er geen sprake van opzet. Maar juridisch gezien kan er ook van opzet worden gesproken als er een risico is dat zoiets gebeurt. Dat heet voorwaardelijke opzet. U hebt de kans dat u meneer aanreed op de koop toegenomen. Daarmee heeft u een enorme fout gemaakt. Ik hoop en verwacht dat u dit nooit meer zult doen. Volgens mij trekt u nog steeds de haren uit het hoofd van spijt. Dat siert u wel,” aldus de rechter.

Uitspraak
Hij vervolgde: “Ik wil, anders dan de officier, dat u wel wat gaat merken van deze straf. Ik leg u daarom een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken op en een werkstraf van tachtig uur. Daarnaast moet u 1037 euro aan materiële schade betalen en 500 euro aan immateriële schade.”

Onherroepelijk
Nieuw-Lekkerlander K. ging direct akkoord met het vonnis en gaat niet in hoger beroep. Ook het Openbaar Ministerie was tevreden. Daarmee staat het vonnis vast en is daarmee onherroepelijk.