wozALBLASSERDAM – Alblasserdammer Kees Boodt kan zich niet vinden de manier waarop de waarde van zijn woning wordt berekend. Dat schrijft hij in een brief aan de gemeenteraad van Alblasserdam. “Ieder jaar krijgen wij een veel te hoge aanslag die gebaseerd is op rekenmodellen. Dit levert een fictieve waarde op, die, zoals ik elk jaar constateer, niet overeenstemt met de werkelijke marktwaarde op de peildatum,” aldus Boodt.

Onderzoek
De Alblasserdammer is het zat om ieder jaar weer bezwaar te maken. Hij schrijft: “Het kost me veel negatieve energie. Bovendien is het een slecht signaal vanuit de overheid als de daaraan gerelateerde diensten hun werk niet goed verrichten. Mijn verzoek aan u als raad is om een onafhankelijk en objectief onderzoek in te stellen naar de effectiviteit en efficiency van de SVHW bij de bepaling WOZ waarde en de inning van de gelden en een oplossing voor mijn specifieke situatie te realiseren.”

De gemeenteraadscommissie bespreekt het onderwerp dinsdag 19 maart tijdens de openbare vergadering op het gemeentehuis in Alblasserdam.

Landelijk
Afgelopen weekend bleek er landelijk veel mis te zijn met de WOZ, zo meldde het Algemeen Dagblad. Volgens deze krant werden het afgelopen jaar zeventig gemeenten onder verscherpt toezicht gesteld door de Waarderingskamer, twee keer zo veel als in de jaren ervoor. Toenemende werkdruk bij ambtenaren is de belangrijkste oorzaak voor de fouten, aldus de Waarderingskamer. De landelijke PvdA wil weten of het klopt dat de dalende huizenprijzen nauwelijks leiden tot een lagere WOZ-waarde. Tweede Kamerlid Manon Fokke heeft hierover maandag 11 maart schriftelijke vragen gesteld aan minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

SVHW
In Alblasserdam wordt uitvoering van de vaststelling van de WOZ-waarde gedaan door het SVHW. Dit is het samenwerkingsverband van 25 gemeenten in Zuid-Holland. Het SVHW houdt zich met name bezig met het innen en heffen van lokale belastingen. De Waarderingskamer laat weten dat het SVHW niet onder toezicht is gesteld, maar dat er nog wel het één en ander ‘verbeterd kan worden’.