timmerenALBLASSERDAM – Een 66-jarige man uit Papendrecht is woensdagmiddag 6 februari door de rechtbank in Dordrecht veroordeeld tot een werkstraf van honderd uur. De man heeft zich volgens de rechter vorig jaar schuldig gemaakt aan het stelen van tientallen waardevolle gereedschappen vanuit zijn voormalige bedrijf in Alblasserdam, waar hij eigenaar van was. Het ging daarbij om onder meer schuurpapier, boormachines en verfspuiten.

Eigendom
M. R. vertelde tegenover de politierechter dat hij de spullen had meegenomen toen hij nog eigenaar was van het bedrijf. “Het was mijn eigen bedrijf en ik had wat spullen vanuit de BV meegenomen naar mijn hobbyruimte. Na de verkoop van het bedrijf heb ik die spullen daar laten staan, in de veronderstelling dat ze gewoon mijn eigendom waren. ”

Dolk in rug
Toen de huidige eigenaar van het timmerbedrijf getipt werd over de spullen, besloot hij naar de voormalige eigenaar, die nog wel in loondienst was bij het bedrijf als werknemer, te gaan om de spullen terug te vragen. “Toen ik zag wat er allemaal stond, schrok ik me kapot. Voor ruim tienduizend euro stond er opgeslagen in zijn ruimte. Verder bleek dat hij dingen meenam uit mijn bedrijf, dat namaakte en dat aan zijn vroegere klanten verkocht. Het voelde voor mij als een dolk in mijn rug. Jarenlang heb ik me op ‘no cure, no pay’ basis ingezet om dit bedrijf van de ondergang te redden en dan blijkt dat je maandenlang bedonderd wordt door iemand die je vertrouwt. Dat is verschrikkelijk,” aldus Willem Schulpen van het timmerbedrijf.

Onder druk zetten
De spullen werden na overleg ingeladen en teruggebracht bij het bedrijf. De officier van justitie vroeg zich af waarom de Papendrechter afstand deed van de spullen terwijl hij vindt dat de spullen van hem zijn. R. antwoordde: “Ik wilde van het gezeur af zijn. Meneer Schulpen is iemand die een ander vreselijk onder druk kan zetten. Dat hou je niet voor mogelijk. Daar kan ik niet tegenop.”

13000 euro
De officier van justitie vond dat M. R. op ‘doortrapte wijze’ zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking. “Ik eis een werkstraf van honderd uur, een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en het betalen van ruim 13.000 euro schadevergoeding + het betalen van 200 euro voor de immateriële schade die geleden is.” Die dertienduizend euro werden gevraagd door de BV voor de juridische kosten, de kosten die gemaakt zijn om R. te ontslaan, de reiskosten en meer. De advocaat bepleitte vrijspraak, omdat er gebrek aan bewijs zou zijn.

Triest
Na de eis en het pleidooi was het laatste woord aan R. Hij zei: “Ik wil alleen dit nog kwijt: het bedrijf is niet overgenomen maar is van me afgenomen. Ik heb altijd heel erg hard gewerkt en uiteindelijk heb ik niks. Zelfs mijn spaarcentjes gaan nu nog op aan dit gedoe. Het is in-en-in-triest.”

Uitspraak
De rechter ging niet mee in de mening van de advocaat en de eis van het OM vond ze te zwaar. “Ik vind niet dat er ‘doortrapt’ gehandeld is. Wel vind ik dat u fout bent geweest. Vanaf het moment dat u geen eigenaar meer was, had u de spullen terug moeten geven. Ik leg u een werkstraf van honderd uur op. Een voorwaardelijke straf lijkt mij niet nodig. Ik verwacht niet dat u dit nogmaals zult doen. De vordering van de benadeelde partij wijs ik af omdat deze onvoldoende bebouwd is. Ook de vordering voor de immateriële schade wijs ik af. De vordering is namelijk ingediend door de BV en een BV kan geen immateriële schade lijden.”

Zowel het OM als de verdachte hebben twee weken de tijd om in hoger beroep te gaan.