ALBLASSERDAM – De 19-jarige M. K. uit Dordrecht reed volgens de politie op zondagochtend 29 april 2012 met minimaal tachtig kilometer per uur, in een geleende auto en met vier keer te veel alcohol in zijn bloed, over de Kabelbaan in Alblasserdam. Niet veel later reed hij in op vier fietsers. Twee van hen raakten zwaargewond. Het Openbaar Ministerie wil dat K., die niet eens over een rijbewijs beschikt(e), vier jaar de cel in gaat. “Dit gaat verder dan roekeloosheid; dit is poging tot doodslag,” zo stelde de officier van justitie dinsdagmiddag 31 juli in de rechtbank van Dordrecht.

Direct na het ongeval stapte de 19-jarige Dordtenaar uit de auto. Een getuige verklaarde bij de politie: “Hij zei: ‘Geen 112 bellen, niet bellen en geen kenteken opschrijven.’ Hij ging daarbij met zijn hand naar zijn binnenzak, waardoor ik dacht dat hij een wapen wilde pakken,” vertelde één van de betrokken fietsers uit het groepje.

Alstublieft meneer?
Niet veel later belde de broer van één van de slachtoffers toch naar het alarmnummer. “Wilt u alstublieft opschieten meneer? Alstublieft?,” smeekte de jongen, die constateerde dat de ademhaling van zijn bewusteloze broertje steeds minder werd. Een traumahelikopter, twee ambulances en politiewagens werden met spoed op de situatie afgestuurd. Nog geen vijf minuten na de melding troffen agenten op de Edisonweg de betrokken auto met een verbrijzelde voorruit aan. De zwaarbeschonken bestuurder bleek, samen met twee passagiers, te zijn doorgereden na de aanrijding. “Als ik wist dat het zo erg was, had ik dat niet gedaan,” aldus K.. Hij werd na een worsteling met de politie in de boeien geslagen.

Zeer ernstig gewond
De slachtoffers die een paar honderd meter verderop op het asfalt lagen, werden inmiddels voorzien van medische hulp. Een 19-jarige jongen uit Papendrecht bleek er erg slecht aan toe te zijn. Hij liep, zo bleek later, een gebroken oogkas, gebroken tanden, een afgebroken nekwerveldeel en een hersenbeschadiging op. Ook kwam er bloed tussen zijn schedel en zijn hersenvlies. Wekenlang werd voor zijn leven gevreesd. Artsen verklaarden later dat als Diederik een half uur later het ziekenhuis binnengebracht was, hij het niet gehaald zou hebben. Zijn vriend kwam er beter vanaf, maar raakte ook zwaargewond.

Vijf verhoren
De verdachte M. K. werd in de afgelopen maanden bij de politie onderworpen aan vijf verhoren, maar vertelde daarbij heel weinig. “Ik weet het echt niet meer, ik weet gewoon niets meer van wat er is gebeurd. Ik weet niet eens waarom ik daar een doodlopende straat in reed. Alleen nog wat vlagen herinner ik me,” verontschuldigde K. zich dinsdag tegenover de rechtbank. Volgens de officier van justitie kan dat gespeeld zijn: “Ik heb mijn vraagtekens bij de spijtbetuiging van verdachte, maar ook bij zijn verklaring. Hij herinnert zich namelijk alleen wat hem goed uitkomt. Als iets tegen hem zou kunnen werken, zegt hij dat hij het niet meer weet.”

Opportunistisch
De reclassering, die de jonge Dordtenaar onderzocht, concludeerde dat K. zich erg opportunistisch opstelt. “Hij kijkt alleen wat er te halen valt. Verder komt hij dwingend over, is de kans op herhaling hooggemiddeld en is er een hoge kans dat hij zich onttrekt aan de voorwaarden die eventueel opgelegd worden,” zo staat in het rapport.

Poging doodslag
Volgens het Openbaar Ministerie verdient K. straf. “Dit gaat verder dan roekeloosheid; dit is poging tot doodslag. K. reed zonder rijbewijs, met vier keer te veel alcohol in zijn bloed, te hard over de openbare weg. Hij heeft willens en wetens de kans op een ongeval aanvaard. Daar komt bij dat hij na de botsing niet denkt aan de slachtoffers, maar aan zichzelf. Ik eis daarom een gevangenisstraf van vier jaar en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor vijf jaar,” aldus de openbaar aanklager.

 

Na de inhoudelijke behandeling van de zaak las K. een spijtbetuiging voor. Hij las:

“Het valt niet in woorden uit te drukken. Waarschijnlijk heb je er niks aan, maar ik vind het echt vreselijk wat er is gebeurd. Ik schaam me kapot. Het is verschrikkelijk dat je zo moet leven. Ik begrijp dat het erg zwaar is, maar het is nooit mijn bedoeling geweest. Als ik de tijd kon terugdraaien, had ik nooit in die auto gestapt. Ik wil je graag helpen, maar kan niets meer doen dat tot God bidden om je herstel. Ik hoop dat je mijn excuses aanneemt. Als ik vrijkom, wil ik met je praten; hoe kwaad je ook bent. Het spijt me echt heel erg.”

Het slachtoffer, dat het zwaarst er aan toe was, en niet bij de rechtszaak aanwezig kon zijn, liet per brief ongeveer het volgende weten:

“Van het ongeluk kan ik niets herinneren. Ik begreep dat ik er zeer slecht aan toe was. Mijn ouders werden drie uur ’s nachts wakker gebeld. Hen werd verteld dat ik een ongeluk had gehad en dat ik ernstig hersenletsel had en dat alle functies uitgevallen waren. Gelukkig kwam in het ziekenhuis mijn oogreflex vrij snel terug, waardoor ik, ondanks mijn slechte toestand, snel geopereerd kon worden. Tijdens de operatie is een groot stuk schedel verwijderd. Anderhalve week na het ongeluk kon ik weer zelf ademen. Ik scheen daarbij erg in de war geweest te zijn, waardoor ik aan bed vastgebonden werd. Hier herinner ik me niets van. Doordat beide ogen beschadigd zijn geraakt, is revalideren niet makkelijk. Verder is gebleken dat ik een waterhoofd heb overgehouden aan het ongeluk. Twee keer heb ik al hersenvliesontsteking gehad. Binnenkort wordt een titanium plaat ter grootte van mijn hand in mijn hoofd geplaatst.
Hoe langer het herstel duurt, hoe moeilijker het voor me wordt. Ik zat in het examenjaar van het vwo. Daarna zou ik rechten gaan studeren. Daar komt voorlopig niets van. Eerst moet nog blijken op welk denkniveau ik nu zit. Ik voel veel boosheid tegen de verdachte. Weet hij wel wat ik moet doormaken?”

Op 14 augustus zal de rechtbank uitspraak doen over de zaak. Dan zal K. horen of en hoe zwaar hij voor zijn daden wordt gestraft.