ALBLASSERDAM – Na drie dagen zwoegen voor de Cito-toets was donderdagmiddag 3 februari de spanning er eindelijk af; het zat erop. Om dit te vieren werden de leerlingen van de groepen acht van basisschool ’t Nokkenwiel, beiden gevestigd op locatie Maasplein in Alblasserdam verrast met een glaasje (kinder)champagne. Dat hadden ze volgens de leerkrachten Malika en Sanne meer dan verdiend. “De kinderen waren opgelucht èn druk. Maar dat mag wel na alle inzet tijdens de eind-Cito,” aldus de docenten. Foto: Patricia Lindgreen.

De Cito Eindtoets Basisonderwijs, vaak afgekort tot Cito-toets, is een toets van Cito die leerlingen van het Nederlandse basisonderwijs in groep 8 kunnen afleggen zodat men een beeld kan krijgen wat het best passende vervolgonderwijs voor de deelnemende leerling zou kunnen zijn.

De Cito Eindtoets Basisonderwijs bestaat uit meerkeuzevragen op het gebied van taal, rekenen, wiskunde, studievaardigheden en wereldoriëntatie. De toets wordt gespreid over drie ochtenden afgenomen.

Op de toets kan een score van 501 tot 550 worden behaald. Deze ietwat vreemde schaal is gekozen om de indruk weg te nemen dat het om een examen of een IQ-test zou gaan. Aan de hand hiervan wordt een advies gegeven over het best passende type vervolgonderwijs. Dit door de scores van het kind te vergelijken met de scores in het verleden behaald door leerlingen in verschillende brugklastypen.

Bijvoorbeeld een kind dat een (standaard)score van 536 haalt, zal in een beroepsgerichte leerweg 99% leerlingen tegenkomen die hetzelfde of lager hebben gescoord dan hij of zij en 1% met een hogere score. In de categorie gemengd theoretische leerweg/havo is de verhouding dan 54% met hetzelfde of een lagere score tegen 46% met een hoger score. Op het vwo zal 99% van de medeleerlingen betere resultaten behaald hebben. Hieruit kan worden afgeleid dat het vmbo een goede keuze is en dat ook het havo te proberen valt. Plaatsing in een vmbo/havo-brugklas ligt dan voor de hand. Als een kind 536 haalt bij een rapport vol achten en negens, zal een vwo-advies toch eerder voor de hand liggen.

De kans is echter groter dat een leerling met een lagere Citoscore meer problemen bij de opleiding ondervindt. In de praktijk willen de meeste scholen graag nieuwe leerlingen waardoor zij gevoelig zijn voor argumenten die suggereren dat de scholier toch voor het desbetreffende onderwijstype geschikt is. Weinig scholen hanteren de indicatienormen dan ook als een absoluut selectiecriterium. Het Cito zegt zelf: “De toets meet wat een kind in vergelijking met andere kinderen in acht jaar basisonderwijs geleerd heeft. Leervorderingen zeggen iets over de kansen op succes in de verschillende typen van het voortgezet onderwijs.” De Cito Eindtoets zegt echter niet hoe groot de kans op succes echt is, terwijl het aannemelijk is dat het Cito dat op grond van ervaringscijfers wel weet.