ALBLASSERDAM – De handhaving op het gebied van bouw –en woningtoezicht in Alblasserdam is op alle beoordelingspunten geen voldoende waard. Dat vindt de rekenkamercommissie, die zich in haar oordeel baseert op een onderzoek in de jaren 2007 tot en met 2009. Zo worden volgens het onderzoek de klagers onvoldoende op de hoogte gesteld van de voortgang en afhandeling van hun klacht en werd een aantal waarschuwingsbrieven waarin de gemeente constateerde dat er een overtreding werd begaan, te laat naar de eigenaren verzonden.

In het rapport van de rekenkamercommissie wordt onderzocht wat de stand van zaken is met betrekking tot de handhaving van de regelgeving van toezicht bij bouw- en woningtoezicht en bij milieubeheer. Op het gebied van milieubeheer is de handhaving adequaat, maar op het gebied van bouw –en woningtoezicht (BWT) moet er nog een verbeterslag gemaakt worden.

Stroomlijnmodel
Als norm bij de boordeling van BWT heeft de commissie een ‘stroomlijnmodel’ gebruikt. Hierbij worden vier instrumenten gebruikt. Te weten: het registratiesysteem, het rapport van overtreding, de constateringbrief en de aanschrijvingsbrief. Bij het eerste punt werd geconstateerd dat slechts in één van de elf meldingen aantoonbaar werd teruggekoppeld. “De klagers worden dus onvoldoende op de hoogte gebracht van de voortgang en afhandeling van hun klacht,” aldus het rapport.

Te laat
Punt twee, het rapport van overtreding, is onvoldoende/voldoende. Het zit op de grens. Bij BWT ontbreekt namelijk in zes van de 27 gevallen een rapportage over de overtreding. Hierdoor is niet duidelijk of er in deze zes gevallen sprake is van een gegronde overtreding. Ook met punt drie, de constateringbrieven, ging regelmatig wat fout. De commissie gaf op dit punt dus wederom een onvoldoende/voldoende: “Zes van de 27 constateringbrieven zijn te laat verzonden. Dat betekent dat zes eigenaren niet of niet tijdig door de gemeente op de hoogte zijn gesteld van het feit dat zij in overtreding zijn.”

Het laatste punt over de aanschrijvingsbrieven wordt ook met een onvoldoende beoordeeld. Met een aanschrijvingsbrief wordt een dwangsom opgelegd of word bestuursdwang opgelegd na het verstrijken van de begunstigingstermijn. In twee van de vier gevallen werd de gestelde termijn overschreden en in één geval werd deze termijn vier keer uitgesteld.

Aanbeveling
Op basis van het onderzoek heeft de commissie het college van burgemeester en wethouders diverse aanbevelingen gedaan. Het college neemt deze aanbevelingen over. Daarbij plaatst het college wel een kritische kanttekening bij de conclusie van de rekenkamer dat onvoldoende gescoord wordt bij het innen of opeisen van dwangsommen.

Overtreding
Het college vindt namelijk dat handhaven niet gericht moet zijn op het innen of opeisen van de dwangsom. “Het doel van handhaven is het ongedaan maken van de overtreding en/of het legaliseren van de overtreding. Het opleggen van de dwangsom is een instrument om dit doel te bereiken. Pas als er aan het einde van het proces nog steeds sprake is van een overtreding, gaat de gemeente over tot het innen,” aldus burgemeester en wethouders.

De visie van het college op handhaving maakt integraal onderdeel uit van de houding die het college in de samenleving wil laten zien. College: “Regels zijn nodig om de samenleving goed te laten functioneren, voor veiligheid, gelijkheid van alle burgers en het bewaken van de openbare ruimte. Handhaving is geen doel op zich, maar draagt sterk bij aan het goed functioneren van de samenleving.”

Verbeterslag
Inmiddels heeft de verbeterslag al wat vorm gekregen. In het collegeprogramma 2010-2014 is opgenomen dat er in het jaar 2011 een nieuwe nota Integrale Handhaving wordt opgesteld, inclusief bijbehorende jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s, procedures en werkprocessen met betrekking tot toezicht en handhaving. Vooruitlopend op de nieuwe nota is er sinds het voorjaar 2010 gewerkt aan het verbeteren van interne processen en aan het beschrijven van de werkprocessen en procedures voor vergunningverlening. Hierbij werd ook al rekening gehouden met de invoering van de Omgevingsvergunning.

Het rapport wordt op 8 februari behandeld in de auditcommissie van de gemeenteraad.