ALBLASSERDAM – Als er één gemeenteraadslid is die zijn sporen wel verdiend heeft bij de brandweer, dan is het VVD-er Jan Nieuwenhuis wel. Vijfentwintig jaar was hij commandant bij de Alblasserdamse brandweer en jarenlang was hij juryvoorzitter bij de jeugdbrandweer. Al lopend door de toch wel oude kazerne aan de Nicolaas Beetsstraat, borrelen de herinneringen bij hem boven. Van bijna elke vrijwilliger kent Nieuwenhuis nog feilloos de naam. En wat blijkt: brandweer zijn is geen ziekte. “Nee, het is een virus waar je nooit meer van geneest.” Geen wonder dat uitgerekend hij de burgemeester, bij wijze van inburgering, op bezoek laat komen bij de brandweer….

Door Peter Stam
“De reden dat ik onze nieuwe burgemeester Bert Blase vanavond heb meegenomen naar de brandweer is simpel. Hier zie je een goede afspiegeling van de Alblasserdamse gemeenschap. Gelovig of ongelovig, alles zit bij elkaar. En iedereen helpt elkaar als dat nodig is,” vertelt Nieuwenhuis aan het meer dan dertig man sterke korps dat opgekomen is voor de wekelijkse oefenavond. Speciaal voor het burgemeesterbezoek zijn drie mensen apart genomen om burgemeester Blase te vertellen over het werk bij de Brandweer. Dit zijn: Laura Kranendonk, Hans Schinler en (zoon) Ronald Schindler. Dat er ook een vrouw bij de brandweer zou werken, had Blase zichtbaar niet verwacht. Daarom is zijn eerste vraag ook: “Laura, hoe kom jij als vrouw hier terecht? Voel je je niet eenzaam tussen al die mannen?”

Spijt
Laura glimlacht en had de vraag eigenlijk wel verwacht: “Nou het begon zeven jaar geleden. Overal in Alblasserdam hingen borden waarop stond dat de brandweer dringend vrijwilligers nodig had. Ik ben toen gewoon eens langsgegaan om te kijken wat het was en ik was meteen dolenthousiast. Ik heb er nu nog steeds spijt van dat ik zolang gewacht heb!” En  of Laura zich eenzaam voelt tussen al die mannen? “Welnee, het gaat hier om hoe je werkt en niet om wie je bent. Maar ik moet bekennen dat ik het toch ook wel leuk zou vinden als er nog meer vrouwen bij de brandweer zouden solliciteren,” vertelt Laura.

Tijdens de rondleiding door de kazerne, die aan de vloertegels te zien, toch wel hard aan vervanging toe is, vertelt Nieuwenhuis samen postcommandant Gerard ketting honderduit over de Alblasserdamse brandweer. Met onvermoeide interesse kijkt Blase de ogen uit en het lijkt wel of hij in zo kort mogelijke tijd, zoveel mogelijk wil weten van de brandweer. “Waarom zit je bij de brandweer?  Zit je er al lang? Gaat dat oefenen niet een keer vervelen?,” vraagt Blase aan Hans Schindler, die al tientallen jaren bij de brandweer werkt.

“Eigenlijk heb of krijg je een ziekte als je bij de brandweer gaat,” begint Schindler. Maar zijn oud-collega Nieuwenhuis moet hem toch even corrigeren. “Nee Hans, ik denk niet dat je het een ziekte kan noemen. Noem het gerust een virus. Als je er eenmaal mee bent besmet, kun je niet meer genezen. Toch?” En ja, dat wordt direct door de aanwezige brandweerlieden beaamt. Schindler vervolgt zijn verhaal: “Bij de brandweer zit je om drie redenen: de gezelligheid, de spanning en om je medemensen te helpen.”

Blase die zich wel enigszins wat kan voorstellen bij die spanning vraagt toch om een beschrijving. “Hoe gaat zoiets dan?” Schindler vertelt: “Op een moment, dat je natuurlijk nooit van te voren weet, gaat je pieper. Dan is het rennen. Kleren aan, schoenen aan en mijn vrouw staat altijd al met mijn jasje klaar, zodat ik direct weg kan. Volgens mij doet ze dat omdat ik anders de deur te hard dichtgooi,” grapt de brandweerman.

Cabrio maken
En al weet mensenkenner Blase dat het niet hardop gezegd worden, toch wil hij het van Schindler horen. “Eigenlijk is een grote brand, of een auto helemaal in de kreukels toch ook wel iets heel moois hè?” Schindler grinnikt even, kijkt naar zijn collega’s en moet dan toch bekennen: “Tja, ik weet dat ik het niet mag zeggen, maar een cabrio maken van een auto is toch wel het mooiste wat er is.” Hij doelt hiermee op het openknippen van een auto na een ongeluk, als er bijvoorbeeld nog iemand bekneld zit.

Oud-commandant Nieuwenhuis herkent dit volledig en legt aan de burgemeester uit dat het niet zo is dat brandweermensen ongevoelige wezens zijn. “Maar weet je wat het is, tijdens een uitruk heb je gewoon geen tijd voor emoties. Ik zei altijd tijdens mijn trainingen: je bent een verlengstuk van je gereedschap. De emoties komen later. En je moet plezier in je werk kunnen hebben, anders ben je hier snel weg,” aldus Nieuwenhuis.

Brandweerauto kijken
Ronald Schindler, zoon van Hans Schindler zit sinds kort ook bij de Alblasserdamse brandweer. “Het zit denk ik in m’n genen. Als klein mannetje ging ik al met mijn vader mee om bij de brandweerauto te kijken,” vertelt Ronald. Hij komt voor dezelfde dingen naar de kazerne als zijn vader. “Die spanning is geweldig!”

En ook al doet de naam “vrijwilliger” denken dat het dan wel minder professioneel zou zijn, dan de beroepsbrandweer. Niets is minder waar. Alle vrijwilligers worden hetzelfde geschoold als de beroepsmensen. “Iedere maandag krijgen we theorie –en praktijkles,” vertelt Laura. Nieuwenhuis vult aan: “Vroeger was er natuurlijk veel minder professioneel gereedschap, dan nu het geval. Maar het Alblasserdamse korps is altijd erg vooruitstrevend geweest. We waren bijvoorbeeld de eerste met gaspakken op de wagens. Daarom mag je heel trots zijn op deze brandweerlieden. Ze gaan vrijwillig door de kou en regen op weg om hun medemens te helpen!”

Bent u geïnteresseerd in het brandweerwerk? Wilt u Laura gaan vergezellen, zodat zij niet als enige vrouw meer naar een uitruk hoeft? Dan bent u namens brandweer Alblasserdam hartelijk uitgenodigd voor een gesprek, want er zijn dringend nieuwe vrijwilligers nodig.  Contact opnemen kan op 078-6919917 of via www.brandweeralblasserdam.nl