ALBLASSERDAM – De 75-jarige Willemien van der Koogh blikt bijzonder nuchter terug op het ongeluk van afgelopen donderdag 14 mei 2009, waarbij een vrachtwagen met slib haar slaapkamer aan de Oost-Kinderdijk verwoestte. “Er zijn geen dooien gevallen hoor. Dit zijn niet de erge dingen. Ik zeg altijd maar zo: het is je moeder niet,” is het commentaar van de Alblasserdamse oud-notaris, die intussen alweer intrek heeft genomen in haar eigen huis.

Door Peter Stam
Toch was het wel even schrikken toen om tien voor zes in de ochtend de rust ruw werd verstoord in de slaapkamer van mevrouw Van der Koogh. “Ik was net wakker en stond op het punt om op te staan. Opeens hoor ik een klap, de gevel klapt eruit, mijn bed breekt in tweeën, het matras schiet omhoog, meubels vliegen over me heen en de brokken puin belanden onder het bed. Mijn hele kamer zat onder de bagger en even daarna zag ik één groot vuurwerk, doordat de stroomdraden in de muur braken,” vertelt Van der Koogh.

“Ik leef nog hoor”
Ze vervolgt: “Dat was een heel bijzonder moment. Ik stak mijn hoofd uit de bagger en riep: Ik leef nog hoor! Een jongen die met zijn auto op dat moment op de dijk reed en uitstapte, riep naar me: ‘Kom hier heen.’ Maar ik zei: ‘Nee ik ben blootsvoets, want mijn sloffen zijn zoek. Straks stap ik in een stuk glas en dan ben ik alsnog gewond.’ Hij is toen naar binnen gekomen en heeft me opgepakt en aan de overkant van de weg gezet. Dat was zo gebeurd want ik weeg toch maar zestig kilootjes. Daarna ben ik onder de douche gegaan bij de buren. Het leek wel of ik in een moddersloot had gelegen, zo vies was ik. Ik zag mijn eigen handen niet eens meer.”

Na de verfrissende douche is Van der Koogh weer naar buiten gegaan om de omstanders gerust te stellen en om haar hondje te redden dat in het andere deel van het dijkhuis sliep. Daar was nog even geduld voor nodig, omdat het volgens de brandweer nog niet veilig was het huis te betreden. “Sommige mensen die het niet hadden gezien dachten dat het heel ernstig was. Dat is vaak zo. Als je het niet hebt zien gebeuren lijkt het erger dan dat je er zelf bij bent,” meent Van der Koogh.

Onbeschadigde bril
Qua bezittingen is de oud-notaris, die intussen al tien jaar met pensioen is, weinig emotioneels verloren. “Ik heb gewoon heel veel geluk gehad. Zo doe ik eens in de twee jaar mijn horloge niet af omdat ik het dan bijvoorbeeld te druk heb gehad en dan denk ik: laat maar. En juist die dag had ik mijn horloge nog om. Die is dus gespaard gebleven. Niet dat ie van waarde is hoor, maar het was gewoon een makkelijk ding. Wat ik wel jammer vind is dat er oud glas uit 1900 is gesneuveld. Dat was toen heel goedkoop glas, maar juist daardoor is het zeldzaam geworden. En verder zijn er kledingstukken, een kast, een petroleumlamp en wat meubels verloren gegaan. Mijn bril heb ik trouwens weer. Ik had al een nieuwe besteld bij de brillenwinkel, maar opeens kwam er iemand mee aanlopen die ‘m in de bagger had gevonden. Ik heb ‘m afgespoeld en hij is nog goed te gebruiken!”

Schoongemaakt
Hoe het nu verder moet maakt de Alblasserdamse vrouw zich niet zo druk over: “Alles gaat vanzelf joh. Salvage is langs geweest, de politie heeft alles opgenomen en bekeken en als het goed is er over zes maanden niets meer van te zien. Het hele huis is al schoongemaakt en je moet goed kijken om nog wat modderspatten te kunnen ontdekken. En het ongeluk moet natuurlijk niet overdreven worden hè. Alleen de aanbouw van het huis is kapot, maar mijn echte huis is bijna onbeschadigd gebleven. Er is zelfs geen instortingsgevaar geweest, al werd dat wel verteld. De constructie is nog in prima staat.”

Van der Koogh beseft goed dat ze voor hetzelfde geld niet meer in leven kon zijn. Ze vertelt: “Het is gewoon ontzettend goed afgelopen. De brokken puin hadden op mij kunnen klappen, het huis had in brand kunnen vliegen, maar dat is niet gebeurd. Ik leef nog en ik heb volgens mij geen één maar wel zes engeltjes op mijn schouder gehad.”

Verwonderlijk
De Alblasserdamse neemt de chauffeur niets persoonlijk kwalijk. “We hebben al met elkaar gesproken en hij heeft beloofd nog een keer bij me langs te komen. Ik vind het eerlijk gezegd wel verwonderlijk dat er met zo’n vracht over de dijk gereden mocht worden. Veertig is eigenlijk al te hard met deze lading. Had de slib in een ronde bak vervoerd geweest of met compartimenten er in dan had het ongeluk waarschijnlijk niet gebeurd. Maar goed, ik leef nog en het is gewoon even een verbouwing van een half jaar en dan merk je er niets meer van,” besluit mevrouw Van der Koogh.